Nieuws | 23 oktober 2019

Gezonde vermogenspositie van het Maastricht UMC+

Gisteren bracht accountancybureau BDO haar beoordeling uit over de financiële positie van de universitair medische centra. De analyse wordt gemaakt door een set van financiële parameters uit het openbare jaarverslag door te rekenen naar een algemeen rapportcijfer. Op de schaal van tien behaalt het Maastricht UMC+ een vijf.  De score wordt verklaard door geplande en uitgevoerde verhoogde investeringen in zorginnovaties en niet te beknotten op zorgproductie. Dat resulteert in een lager netto bedrijfsresultaat. Die begrote investeringen kunnen gedaan worden door de gezonde vermogenspositie van het Maastricht UMC+.

Maastricht UMC+Sinds afgelopen jaar publiceert accountantsorganisatie BDO de jaarlijkse financiële stresstest van de Nederlandse ziekenhuisorganisaties. Twee weken geleden deden zij dat voor de algemene ziekenhuizen. Gisteren voor de umc’s. In het rapport wordt geconstateerd dat de financiële basis bij de umc’s stabiel blijft en zij een degelijke uitgangspositie hebben om hun publiek-maatschappelijke rol in de zorg en gezondheid van morgen op te pakken. 

In 2017 behaalde het Maastricht UMC+ in de BDO analyse het maximale rapportcijfer van een 10. In 2018 is dat cijfer gehalveerd. Er is echter geenszins sprake van een financieel ongezonde situatie.  Door flink te investeren in zorginnovaties, conform voorgenomen plannen, is het bedrijfsresultaat en het netto resultaat in 2018 lager dan 2017. Voorbeelden van innovaties zijn te vinden in het project Polikliniek en kliniek op maat waarin op basis van de zorgvraag de zorg- en behandelprocessen heringericht worden met optimale ICT ondersteuning.

De verlaging van de gehanteerde kengetallen haalt het gemiddelde BDO-cijfer naar beneden. De investeringen waren voor 2018 begroot en mogelijk omdat het Maastricht UMC+ financieel een gezonde organisatie is. De vermogenspositie geeft de mogelijkheid om te investeren om zodoende goed voorbereid te zijn op toekomstige eisen. Door te investeren ontstaat er een betere balans tussen het eigen vermogen enerzijds en het leveren van kwalitatief hoogstaande en innovatieve gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek anderzijds.