Nieuws | 20 februari 2020

'Herregistratiesystemen niet goed afgestemd op dagelijkse praktijk'

Patiëntbetrokkenheid stimuleren bij herregistratie van zorgprofessionals

Bij de herregistratie van artsen is te weinig aandacht voor het informeel leren in de dagelijkse praktijk. Bovendien is de rol van patiënten nog te beperkt. Dat concludeert promovenda Carolin Sehlbach van het Maastricht UMC+. Zij vergeleek de herregistratiesystemen voor artsen in diverse landen en doet in haar proefschrift aanbevelingen om dit systeem in Nederland te verbeteren.

Het complexe zorglandschap is continu in beweging. Een arts moet gedurende zijn of haar loopbaan voortdurend meebewegen met alle nieuwe ontwikkelingen in de zorg. Om de kwaliteit van zorg te waarborgen en het functioneren van artsen te evalueren zijn herregistratiesystemen in gebruik genomen. In Nederland dienen artsen om de vijf jaar opnieuw geregistreerd te worden in het BIG-register om werkzaam te kunnen blijven in hun functie. De herregistratie heeft onder meer ook als doel om zorgprofessionals te stimuleren om hun leven lang te blijven leren. Het formele karakter van het systeem werkt dat soms echter tegen.

Accreditatie en referenties
Binnen het Nederlandse herregistratiesysteem dienen artsen onder meer een vast aantal accreditatiepunten te verwerven. Die kunnen worden verkregen door het bezoek aan congressen en conferenties. Daarnaast dien je minimaal zestien uur per week patiëntencontact te hebben, deelgenomen hebben aan een kwaliteitsvisitatie en deel te nemen aan een systeem waarbij het individueel functioneren wordt beoordeeld door collega's en patiënten. In het drukke bestaan van een zorgprofessional kan herregistratie dan ook wel eens als extra druk en administratieve last worden ervaren. Dat terwijl het leren eigenlijk al is verweven in het dagelijks werk. Daar wordt in de praktijk van de herregistratie echter weinig mee gedaan. "Artsen leren voornamelijk op de werkvloer, in de spreekkamer bijvoorbeeld", zegt Sehlbach. "Dat gebeurt iedere dag en vaak in een informele setting. Van iedere patiënt kan iets worden bijgeleerd en mogelijk weer toegepast in een volgend patiëntencontact."

Leven lang leren stimuleren
Volgens de promovenda zou het leren in de dagelijkse praktijk kunnen worden gestimuleerd door bijvoorbeeld regelmatig met collega's te reflecteren op ervaringen. Het samen creëren van een cultuur van levenslang leren en leren van elkaar is daar bij nodig. Een belangrijke rol is daarbij ook weggelegd voor patiënten. "De betrokkenheid van patiënten zal de komende jaren namelijk alleen nog maar verder toenemen", zegt Sehlbach. "Je zou patiënten bijvoorbeeld kunnen faciliteren en stimuleren om hun ervaringen te delen met hun arts. Het is wel belangrijk dat dit op een voor zowel de patiënt als de arts veilige en constructieve manier gebeurt." De promovenda doet haar aanbevelingen op basis van literatuurstudies, observaties van consulten en interviews met zowel artsen als patiënten.

Carolin Sehlbach promoveert op vrijdag 21 februari om 10:00 aan de Universiteit Maastricht op haar proefschrift, getiteld: 'To be continued... Supporting physicians' lifelong learning'.