Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Nieuws

Lymfeklierkanker bij borstprotheses heel erg zeldzaam

Promotieonderzoek van Mintsje de Boer brengt risico’s op Borst Implantaat Geassocieerd Grootcellig Anaplastisch T-cel lymfoom (BIA-ALCL) in kaart. De Boer, promovendus en plastisch en reconstructief chirurg in opleiding bij het Maastricht UMC+ toont aan dat vrouwen met een borstprothese een veel hoger risico hebben om deze ziekte te krijgen dan vrouwen zonder prothese. Echter, de absolute kans dat een vrouw met borstprotheses voor haar 75ste jaar ziekte krijgt, is heel klein: 1 op 7.000. Het promotieonderzoek heeft belangrijke informatie opgeleverd over verscheidene aspecten van BIA-ALCL, waarmee wereldwijd beleid kon worden gemaakt rondom BIA-ALCL en patiënten optimaal geïnformeerd kunnen worden. Dit proefschrift laat zien hoe belangrijk multidisciplinaire samenwerking en goede registratie van borstprotheses zijn om het inzicht in protheses en gerelateerde complicaties te bewaken, zoals dat in Nederland door het Nederlandse BIA-ALCL Consortium en door de Dutch Breast Implant Registry (DBIR) gebeurt.

Informatie voor de patiënt voorop
BIA-ALCL is een vorm van lymfeklierkanker die voorkomt in het vocht of het kapsel rondom een borstprothese. De Boer: “Vrouwen kiezen om heel goede redenen voor borstprotheses en voor de meeste vrouwen verhoogt het hun kwaliteit van leven enorm. In Nederland heeft 1 op de 30 vrouwen een borstprothese. Dat zijn circa 200.000 vrouwen in Nederland. De resultaten in het onderzoek van De Boer vormen de basis voor adequate patiëntinformatie voor deze vrouwen. “Het risico op BIA-ALCL is erg klein (1 op 7.000 voor 75e jaar) en daarom is er voor vrouwen met een borstprothese geen reden tot paniek. Ter vergelijking: de kans om borstkanker te krijgen is in Nederland ongeveer 1 op 7. We vertellen vrouwen dat als de borst met een borstprothese groter wordt, of als er een knobbel te voelen is, het belangrijk is dit verder te onderzoeken.” Plastisch chirurgen zijn zich door betere informatie vanuit het onderzoek in de praktijk ook veel bewuster van de symptomen van BIA-ALCL, waardoor de ziekte vaker vroegtijdig wordt opgespoord. Door vroege, adequate behandeling is volledige genezing te bereiken voor 90-95% van de vrouwen.

Toekomstig onderzoek
Het onderzoek werd uitgevoerd door het multidisciplinaire Nederlands BIA-ALCL Consortium, dat bestaat uit plastisch chirurgen uit Maastricht en Twente, epidemiologen en hematologen uit het Antoni van Leeuwenhoek en pathologen van Amsterdam UMC en wordt gesteund vanuit de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC). Lid van het onderzoeksconsortium, Prof. dr. René van der Hulst van het MUMC+ benadrukt het belang van de resultaten, maar geeft ook aan dat nog niet alle vragen zijn beantwoord. „We weten nog niet hoe het komt dat vrouwen met borstprotheses BIA-ALCL krijgen. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat vrouwen met een erfelijk verhoogd risico op borstkanker een verhoogd risico op BIA-ALCL hebben, maar onze vrij kleine studie op dit gebied is nog niet door anderen bevestigd.

Belang van goede registratie
Wat in het proefschrift ook benadrukt wordt, is het grote belang van borstprothese registratie om prothese-gerelateerde complicaties te kunnen bewaken. In Nederland bestaat daarvoor de DBIR (geïntroduceerd door de NVPC). Dit register is uniek in de wereld. Alle plastisch chirurgen registreren hun operaties met borstimplantaten in de DBIR. De DBIR bewaakt inzicht in de kwaliteit en gerelateerde complicaties. Daarbij maakt de DBIR het mogelijk om patiënten te traceren wanneer er een terugroepactie nodig blijkt. “Het bewaken van goede registratie in DBIR en de informatie die we hieruit kunnen halen, zal in de toekomst betrouwbare informatie opleveren en het bijvoorbeeld mogelijk kunnen maken om prothesen waar BIA-ALCL minder bij voorkomt te identificeren”, aldus de Boer.

Sluit de enquête