Nieuws | 10 december 2019

MRI- of CT-scan voorkomt onnodige hartkatheterisaties

Behandeling bij één op de drie mensen met acute pijn op de borst overbodig
MAASTRICHT, 10 december 2019 - Door het maken van een MRI- of CT-scan kunnen veel onnodige hartkatheterisaties worden voorkomen bij mensen met acute pijn op de borst. Dat concluderen cardiologen en radiologen van het Maastricht UMC+ na onderzoek bij ruim 200 patiënten die zich meldden bij de Eerste Hart Hulp met een vermeend hartinfarct. In het toonaangevende Journal of the American College of Cardiology presenteerden de onderzoekers recent hun resultaten. Het onderzoek is gefinancierd door de Hartstichting.

Acute pijn op de borst is een van de meest voorkomende redenen voor een bezoek aan de Spoedeisende Hulp. Bij het stellen van een diagnose wordt vrijwel altijd de hoeveelheelheid van het stofje troponine in het bloed bepaald om te beoordelen of er sprake is van een hartinfarct. Een normale waarde sluit dat met grote zekerheid uit, terwijl verhoging ervan op schade aan de hartspier duidt. Omdat die schade mogelijk wordt veroorzaakt door een vernauwde kransslagader, wordt de patiënt meestal binnen drie dagen gekatheteriseerd om de eventuele vernauwing op te sporen. Bij één op de drie mensen is daar echter  geen sprake van en er mogelijk een andere oorzaak van de schade aan de hartspier.

Overbodig
De Maastrichtse cardiologen en radiologen laten nu zien dat ze met moderne beeldvormingstechnieken kunnen bepalen of een hartkatheterisatie eigenlijk wel nodig is. In totaal werden 207 patiënten opgenomen in het onderzoek. Allen hadden zich met acute pijn op de borst gemeld op de Eerste Hart Hulp van het Maastricht UMC+ en bleken een verhoogde troponine-waarde te hebben. Van hen ondergingen 69 de standaardbehandeling en werden zonder voorafgaande scan voor een hartkatheterisatie doorgestuurd. Bij bijna 40 procent van hen bleek dat echter onnodig te zijn omdat er dus geen sprake was van een vernauwde kransslagader.

Nauwkeurige selectie
Van de overige patiënten kregen er 68 eerst een MRI-scan en 70 eerst een CT-scan. Op basis daarvan werd bepaald of een hartkatheterisatie wel nodig was. In beide gevallen kon het aantal onnodige ingrepen omlaag worden gebracht. Na een CT-scan ging men in 66 procent van de gevallen over tot een hartkatheterisatie, voor de MRI was dat 87 procent. “Op basis van de scans kunnen we dus veel nauwkeuriger selecteren welke patiënten in aanmerking komen voor een hartkatheterisatie zonder dat het nadelige gezondheidsgevolgen heeft voor patiënten”, zegt cardioloog (i.o.) Martijn Smulders.

Voorkeur
Gezien de cijfers lijkt de CT-scan het meest effectief om een onnodige hartkatheterisatie te voorkomen, maar een MRI-scan geeft de arts veel meer informatie. Smulders: “Weliswaar is de kransslager niet de boosdoener, maar er is wel degelijk iets aan de hand met het hart. Dat moet je alsnog zien te achterhalen.” Wat de voorkeurs-scan uiteindelijk zou moeten zijn, willen de onderzoekers nog verder bestuderen. “Belangrijkste is dat je de patiënt een ingreep bespaart die veel mensen toch als spannend ervaren en niet geheel zonder risico’s is”, vult cardioloog en hoofdonderzoeker Bas Bekkers aan: ”En ook in termen van kosteneffectiviteit kun je veel beter eerst een scan maken.”

Het onderzoeksproject is CARMENTA getiteld. Hoofdonderzoeker Bas Bekkers en promovendus Martijn Smulders hebben deze studie kunnen realiseren met behulp van een persoonlijke Dekkerbeurs die Smulders in 2015 ontving van de Hartstichting.