Nieuws | 12 maart 2020

Nieuwe pacing-techniek bij hartfalen toegepast

Internationale cardiologen in Maastricht getraind

Cardiologen van het Maastricht UMC+ hebben een nieuwe methode onderzocht voor het aanbrengen van een pacemaker bij patiënten met hartfalen. Hierbij wordt slechts één pacemakerdraad in de hartkamers geplaatst, in plaats van de gebruikelijke twee. Deze methode levert verschillende voordelen op. Zo wordt de behandeltijd naar verwachting korter en de kans op bijwerkingen en heropnames kleiner. In het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Journal of the American College of Cardiology (JACC) publiceren de cardiologen hun bevindingen.

Hartfalen kenmerkt zich door het verlies aan pompkracht van het hart. Bij veel patiënten trekken ook de linker- en de rechterhartkamer niet tegelijkertijd samen. Dat zorgt voor een ontregelde hartfunctie waarvoor behandeling nodig is. Zo’n 2500 patiënten in Nederland worden daarom jaarlijks geholpen door middel van cardiale resynchronisatietherapie (CRT). Hierbij wordt een pacemaker of ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) geplaatst in het hart.

‘Sweet spot’

Bij de gebruikelijke CRT-methode worden twee kleine draadjes geplaatst in de kamers van het hart die verbonden zijn met een pacemaker. Eén in de rechterhartkamer en één aan de buitenkant van de linkerhartkamer. Door de draden wordt een elektrisch stroompje doorgegeven dat ervoor zorgt dat de kamers weer tegelijkertijd samentrekken. Bij de nu onderzochte methode wordt slechts één draad aangebracht in het tussenschot van de twee hartkamers. Precies op de plek waar de elektrische prikkelgeleiding zich verdeelt over de hartkamers. “Zie het in dit geval als de sweet spot”, zegt hoofdonderzoeker en cardioloog prof. dr. Kevin Vernooy.

Duurzaam alternatief
De nieuwe methode is onderzocht bij 27 patiënten en laat positieve resultaten zien volgens Vernooy: “Het effect op de verbetering van de hartfunctie is minstens zo goed als bij de traditionele manier met twee draden. De verwachting is echter dat de behandeling sneller kan worden uitgevoerd en de kans op heropnames aanzienlijk lager kan worden, juist omdat we maar op één plek stimuleren. We zien deze methode dan ook als een effectief en duurzaam alternatief.” Inmiddels zijn de vorderingen van de Maastrichtse cardiologen ook internationaal niet onopgemerkt gebleven. Vernooy: “We geven in Maastricht trainingen aan collega’s om deze techniek in de toekomst ook te kunnen gaan toepassen in hun eigen ziekenhuis.” 

De nieuwe methode is ontwikkeld in nauwe samenwerking met onderzoekers van de Universiteit Maastricht onder leiding van prof. dr. Frits Prinzen.