Nieuws | 30 oktober 2020

Prof. dr. Albert Scherpbier onderscheiden bij afscheid

Bij zijn afscheid als vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van het Maastricht UMC+ en als decaan van de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML) van de Universiteit Maastricht (UM) heeft prof. dr. Albert Scherpbier zowel de Maastricht UMC+ Award als de Dr. J.G.H. Tanspenning van de UM uitgereikt gekregen. Hij kreeg de onderscheidingen uit handen van dr. Helen Mertens, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Maastricht UMC+ en van prof. dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van de UM.

Carrière in het kort
Albert Scherpbier onderscheiden met de Maastricht UMC+ Award door bestuursvoorzitter Helen MertensAlbert Scherpbier onderscheiden met de Maastricht UMC+ Award door bestuursvoorzitter Helen MertensAlbert Scherpbier studeerde filosofie en geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en is sinds 1991 verbonden aan de Universiteit Maastricht. Hij begon zijn Maastrichtse loopbaan als hoofd van het Skills Lab van de faculteit Geneeskunde. In deze periode startte hij ook met wetenschappelijk onderzoek naar de kwaliteit van het vaardigheidsonderwijs tijdens de geneeskundeopleiding. Hij promoveerde vervolgens aan de UM op een proefschrift getiteld 'Quality of skills training assessed'. Na de fusie van de Faculteit Geneeskunde en de Faculteit Gezondheidswetenschappen werd Scherpbier benoemd tot wetenschappelijk directeur van het nieuwe Onderwijsinstituut aan de FHML. In 2008 werd hij gevraagd om prodecaan onderwijs van deze faculteit te worden. Sinds 2011 vervult hij, als opvolger van prof. dr. Martin Paul, naast de functie van decaan van FHML ook de positie van vicevoorzitter van het Maastricht UMC+.

Medisch onderwijs
Gedurende zijn indrukwekkende carrière in Maastricht heeft professor Scherpbier zich buitengewoon ingespannen voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijs binnen FHML. Daarmee heeft hij niet alleen een bijzondere bijdrage geleverd aan de kwaliteit van universitair docenten en toekomstige gezondheidswerkers, maar zeker ook aan de reputatie van de Maastrichtse geneeskundefaculteit als een van de meest innovatieve ter wereld. Zijn naam is wijd en zijd bekend op het gebied van medisch onderwijs, onder meer door de zogenoemde Scherpbier-rapporten, die zich richten op kwaliteitsverbetering van medische vervolgopleidingen. Professor Scherpbier publiceerde meer dan 500 wetenschappelijke artikelen en boeken als auteur of coauteur, was (co)promotor van meer dan 50 promovendi uit binnen- en buitenland. Hij is ook nog altijd nauw betrokken bij verschillende nationale en internationale verenigingen en commissies op het gebied van medisch onderwijs. Bovendien is hij in veel landen een veelgevraagd adviseur.

Gezonde Regio
Als vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van het Maastricht UMC+ was Albert Scherpbier een van de kartrekkers van het plan 'Onderzoek en Innovatie met en voor de gezonde regio' van de NFU (Nederlandse Federatie Universitair Medische Centra). Daarmee geven de umc's zichzelf de opdracht een verbindende rol te spelen in het oplossen van gezondheidsvraagstukken dicht bij huis, door wetenschappelijk onderzoek en innovatie ook regionaal in te zetten ("Think global, act local"). Samen met partners worden per regio kennis- en innovatieagenda's opgesteld. Vragen en behoeften van patiënten en burgers zijn hierbij leidend.

Health Campus
In zijn periode als decaan van FHML en vicevoorzitter van het Maastricht UMC+ is Scherpbier ook een van de drijvende krachten geweest achter de stormachtige ontwikkeling van de Brightlands Maastricht Health Campus. Zo heeft hij sinds 2016 als CEO de leiding over het prestigieuze scanner-lab SCANNEXUS, dat met drie ultra high field MRI-scanners van 3.0, 7.0 en 9.4 Tesla het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van MRI-diagnostiek en neuro-imaging aan de UM en het Maastricht UMC+ op het allerhoogste niveau faciliteert. Bovendien is hij bestuursvoorzitter van het Chemelot Institute for Science & Technology (InSciTe), een publiek-private samenwerking tussen UM, Maastricht UMC+, Provincie Limburg, DSM en TU/e.