Nieuws | 27 februari 2019

Toekomstbestendige kinderchirurgie voor de Euregio Maas-Rijn

Samenwerking tussen Aken, Luik en Maastricht

Toekomstbestendige kinderchirurgie voor de Euregio Maas-Rijn

Om kinderchirurgische expertise in de regio te behouden wordt er intensief samengewerkt tussen de kinderchirurgen van de academische medische centra van Aken, Luik en Maastricht. Het doel van de samenwerking is uiteindelijk te komen te komen tot één, grensoverschrijdend kinderchirurgisch centrum in de Euregio Rijn-Maas. Onderzoek toont aan dat er nog veel obstakels zijn maar de  ontwikkeling is positief  en op praktisch niveau wordt al vruchtbaar samengewerkt.

Hybride OK kinderchirurgieIn Nederland is er een tendens om behandeling van aandoeningen die minder vaak voorkomen te concentreren op een paar, vaak centrale locaties in het land. Omdat veel aandoeningen bij kinderen zeldzaam zijn, is die trend in de gespecialiseerde kinderchirurgie al goed zichtbaar. Dat kan betekenen dat kinderen die chirurgisch behandeld moeten worden, vaak en ver moeten reizen met alle negatieve gevolgen vandien. In België en Duitsland is dezelfde ontwikkeling gaande. Dat gegeven vormde voor de kinderchirurgen van het Maastricht UMC+, de Uniklinik RWTH Aken en het Centre Hospitalier Chrétien de Liège aanleiding een samenwerkingsverband aan te gaan om zo ook de complexe kinderchirurgie voor de regio, in de nabijheid van ouder en kind, op hoogstaand niveau te behouden. De Maastricht UMC+-hoogleraar kinderchirurgie Wim van Gemert hierover: “Als we niks doen, betekent dat binnen een paar jaar dat ouders met hun kind voortaan bijvoorbeeld naar Amsterdam of Groningen moeten reizen om een passende behandeling te krijgen.”

Euregio Maas-Rijn
Volgens van Gemert is er een grote noodzaak voor het in stand houden van de kinderchirurgische expertise en faciliteiten, maar liggen er ook grote kansen als we over de nationale grenzen heen durven te kijken:  “Juist in onze Euregio Maas-Rijn is een goede zorg voor het kind hard nodig. In deze grensregio is er sprake van een slechtere socio-economische toestand, een slechtere gezondheidstoestand en een kortere levensverwachting. In de bijzondere ligging van Maastricht aan de grenzen met België en Duitsland ligt een unieke kans. Grensoverschrijdende samenwerking tussen Maastricht – Aken – Luik heeft veel potentie om de chirurgische zorg voor het kind op een Europees topniveau te brengen, door bundeling van de klinische praktijk, kennis en ervaring. Daarom zijn we vanaf 2015 steeds intensiever gaan samenwerken. Op dit moment werken we zelfs aan de formele erkenning van deze samenwerking tot één kinderchirurgisch centrum.”

Eén chirurgenteam
Het doel is één chirurgisch team te vormen dat op meerdere locaties werkzaam is. Patiënten worden zoveel mogelijk op de eigen locatie behandeld door de betreffende chirurg. Ook de voor- en nazorg kan in het eigen ziekenhuis plaatsvinden. Het kind en de ouders hoeven dan niet op en neer te reizen en verblijven. Het netwerk breidt zich uit tot alle ziekenhuizen in de Euregio Rijn-Maas en ook de niet-chirurgische kinderspecialisten.

Erkenning over de grens
De manier waarop het medisch specialisme kinderchirurgie in Nederland, Duitsland en België is georganiseerd, verschilt onderling aanzienlijk. Dit heeft gevolgen voor kwalificaties van kinderchirurgen in de Euregio Maas-Rijn, zowel in de erkenning en registratie van een kinderchirurg, als in het grensoverschrijdend opleiden van nieuwe artsen. Dat blijkt uit onderzoek van Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility (ITEM) van de Universiteit Maastricht. Promovendus bij ITEM en hoofdonderzoeker in dit project Lavinia Kortese: “Bij een dergelijke grensoverschrijdende zorgsamenwerking komt veel kijken op het gebied van wet- en regelgeving. Vragen hebben onder andere betrekking op de erkenning van kinderchirurgie als medisch specialisme, uitoefening en registratie in de Euregio Maas-Rijn en mogelijkheden om grensoverschrijdend op te leiden in de kinderchirurgie. Een voor de hand liggend en cruciaal aspect van het toekomstige centrum, is dat kinderchirurgen in alle drie landen hun beroep kunnen uitoefenen. Het is binnen de bestaande kaders niet mogelijk om volgens de standaarden van alle drie de landen tegelijk opgeleid te worden. Er zal een beslissing gemaakt moeten worden voor het systeem van een van de landen, waarbij afgestudeerde artsen, afhankelijk van het opleidingssysteem, alsnog stages en toetsen zullen moeten doorlopen om in de andere landen erkend te worden.”

Verder onderzoek
In het opzetten van een toekomstbestendig centrum bestaat nog een groot aantal andere mogelijke obstakels, zoals de mobiliteit van patiënten en de financiering en optimalisering van de zorg. In deze context zal nog veel vervolgonderzoek gedaan worden naar de verschillende vraagstukken waarmee het Euregionaal Centrum voor Kinderchirurgie geconfronteerd wordt.

Lees het volledige onderzoeksrapport Setting up a Tri-Member State Paediatric Surgery Centre in the Netherlands, Germany and Belgium: The Cross-border Mobility of Paediatric Surgeons in the Meuse-Rhine Euregion