Nieuws | 21 februari 2017

Voorzorgsmaatregel bij onderzoek contrastvloeistof overbodig

Achterwege laten behandeling kan miljoenen euro's besparen en onnodige complicaties voorkomen

In tegenstelling tot wat internationale richtlijnen al jarenlang voorschrijven blijkt preventieve toediening van vocht voor bescherming van de nieren bij een onderzoek met contrastvloeistof geen toegevoegde waarde te hebben. Sterker nog, in sommige gevallen kleven er zelfs nadelen aan. Uit onderzoek van het Maastricht UMC+ blijkt dat het achterwege laten van vochttoediening via een infuus bij mensen met een verminderde nierfunctie complicaties kan voorkomen en miljoenen euro's aan zorgkosten kan besparen. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift The Lancet.

Wereldwijd worden jaarlijks zo'n 75 miljoen onderzoeken gedaan met behulp van jodiumhoudende contrastvloeistof die via de bloedvaten wordt toegediend. Denk bijvoorbeeld aan het maken van een CT-scan of een angiografie (een röntgenfoto van hart en bloedvaten) voor het stellen van een diagnose. Deze contrastmiddelen kunnen bij sommige mensen lijden tot acute daling van de nierfunctie (zogeheten contrast-induced nephropathy). Mensen die al een verslechterde nierfunctie hebben, lopen een verhoogd risico. Het gaat dan om zo'n tien procent van de algehele bevolking.

Internationale richtlijnen
Om eventuele schade tot een minimum te beperken, krijgt de risicogroep bij een onderzoek met contrastvloeistof extra vocht toegediend via een infuus. Patiënten moeten daar een dag tot meerdere dagen voor worden opgenomen in het ziekenhuis. Een werkwijze die is beschreven in internationale richtlijnen en in Nederland al zes jaar als zodanig wordt toegepast. Dit brengt echter een extra belasting voor patiënt en ziekenhuis met zich mee en een verhoging van de zorgkosten van naar schatting 50 tot 100 miljoen euro per jaar in Nederland alleen al.

Geen meerwaarde
Naar aanleiding van twijfel over de effectiviteit van deze procedure besloten Maastrichtse onderzoekers van verschillende afdelingen de proef op de som te nemen. In twee jaar tijd deden 660 patiënten met een verminderde nierfunctie mee aan de studie. Voorafgaand aan een onderzoek met contrastvloeistof kreeg ongeveer de helft vocht via een infuus toegediend (volgens de geldende richtlijn). Bij de andere helft bleef de voorzorgsmaatregel achterwege. Wat bleek: in beide groepen was het ontstaan van acute daling van de nierfunctie nagenoeg gelijk (2,7 procent versus 2,6 procent). Daar komt nog eens bij dat 5,5 procent van de mensen complicaties (waaronder hartklachten) ondervond als er extra vocht werd toegediend.

Kostenbesparing
Coördinerend onderzoeker Estelle Claire Nijssen: "De resultaten bevestigen ons vermoeden dat we heel kritisch moeten kijken naar de geldende richtlijnen waar het gaat om het toedienen van vocht om nierschade te voorkomen." Volgens mede-onderzoeker dr. Vincent van Ommen (interventie-cardioloog) kan dat in potentie enorme kostenbesparingen met zich meebrengen: "Denk alleen al aan het aantal opnamedagen dat we jaarlijks kunnen verminderen. Dat bespaart de patiënt onnodige behandelingen en bijwerkingen, maar scheelt ook in de kosten."

Het onderzoeksproject is getiteld AMACING (A MAastricht Contrast-Induced Nephropathy Guideline study) en is een multidisciplinaire samenwerking tussen de afdelingen radiologie, interne geneeskunde, cardiologie, klinische epidemiologie en medical technology assessment van het Maastricht UMC+. Het project werd mede mogelijk gemaakt door steun van Stichting de Weijerhorst.