Verhaal | 18 november 2020

Bewustwording decubitus blijft nodig

‘Aandachtsvelders’ in de schijnwerper tijdens Stop Decubitus Dag

Vandaag, 19 november, vindt voor de negende keer Stop Decubitus Dag plaats, een mondiaal initiatief van The European Pressure Ulcer Advisory Panel om aandacht te vragen voor (het voorkomen van) doorligwonden. Voorafgaand aan deze speciale dag spraken we met Fanny Pelzer, verpleegkundig specialist decubitus en wond in het Maastricht UMC+.

Tijdens het interview van pakweg drie kwartier wordt Pelzer maar liefst vier keer gebeld voor advies. Het geeft wel aan dat er veel behoefte is aan haar expertise. Maar eigenlijk vindt Pelzer dat decubituspreventie behoort tot het basispakket van iedere verpleegkundige: “Het is een basisvaardigheid waar iedere verpleegkundige dagelijks mee bezig moet zijn. Dat geldt eigenlijk voor alle verpleegkundige indicatoren: voeding, mobiliteit, infectiepreventie etc. De valkuil is dat alle aandacht uitgaat naar wat de patiënt mankeert, de reden dat hij of zij is opgenomen. Iets wat er nog niet is, wat je niet ziet, dat wordt nog wel eens vergeten. Maar de verpleegkundige moet de patiënt altijd in zijn geheel bekijken. Alle mogelijke complicaties, zoals decubitus, zoveel mogelijk proberen te voorkomen.”

Aandachtsvelders
Fanny Pelzer vormt als verpleegkundig specialist decubitus en wond samen met een wondconsulente en een decubitusconsulente een team. Bovendien zijn er op iedere verpleegafdeling twee of drie zogenoemde aandachtsvelders of aandachtsverpleegkundigen decubitus en wond. Zij zijn voor verpleegkundigen het eerste aanspreekpunt voor decubitus(preventie) en wondverzorging. Van hen wordt verwacht dat ze extra aandacht besteden aan (het voorkomen van) doorligwonden en dat ze hun kennis en kunde overdragen aan hun collega’s op de afdeling. Stop Decubitus Dag richt zich in het Maastricht UMC+ dit jaar speciaal op deze aandachtsvelders. Pelzer: “We willen hen op Stop Decubitus Dag in de schijnwerpers zetten. Ze mogen zelf bepalen hoe ze die dag invullen en wat ze passend vinden binnen hun afdeling. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een klinische les geven, decubitus via spelletjes onder de aandacht brengen, meelopen met collega’s, noem maar op. We hebben ideeën samengebracht zodat anderen daar ook gebruik van kunnen maken.” De aandachtsvelders krijgen buttons zodat ze in één oogopslag herkenbaar zijn. “Die buttons kunnen ze natuurlijk ook na Stop Decubitus Dag nog dragen”, aldus Pelzer.

Preventie
Het decubitusbeleid is gericht op preventie, het voorkomen van doorligwonden dus. Door er aandacht voor te hebben. Decubitus wordt veroorzaakt door druk- en schuifkrachten. Om die reden is het belangrijk om de ligging van bedlegerige patiënten regelmatig te wisselen zodat er niet te lang en te veel druk ontstaat op bepaalde lichaamsdelen. Soms is het nodig een anti-decubitus-zitkussen in te zetten, of een anti-decubitus-matras. Pelzer: “Natuurlijk heb je het liefst een lopende patiënt of een patiënt die mobiel wordt, want dan kun je het beste de druk eraf halen.” Een andere preventiemaatregel is om de huid van bedlegerige patiënten soepel te houden met olie (Sanyrène). Incontinente bedlegerige patiënten worden ingesmeerd met een zogenoemde barrièrecrème om te voorkomen dat urine en/of ontlasting gaan inwerken op de huid. Bij incontinentie wordt het risico op decubitus en vochtletsel (incontinentieletsel) namelijk een stuk groter.

Goede score
“We doen het trouwens goed als ziekenhuis. Ieder kwartaal meten we hoe het ervoor staat met de decubitus-prevalentie. Hoeveel komt het voor? En als er sprake is van decubitus: hoe is het gekomen; welke maatregelen zijn er genomen?” Want ondanks alle voorzorgsmaatregelen zijn doorligwonden niet altijd te voorkomen. Pelzer legt uit:  “Als je alles gedaan hebt aan preventieve maatregelen en er ontstaat tóch decubitus, dan is het simpelweg niet te voorkomen geweest. Je moet wel vastgelegd hebben wat je hebt gedaan aan preventieve maatregelen. Zo zijn er patiënten die geen wisselligging willen, omdat ze pijn ervaren bij het verleggen in een bepaalde houding, bijvoorbeeld op de zij. Belangrijk is dan allereerst de patiënt voor te lichten waarom wisselligging gedaan wordt en samen te onderzoeken of het lukt een goede houding te vinden waarbij er geen pijn is. Lukt dat niet, dan is er altijd nog de optie om - in overleg met de behandelend arts - extra pijnmedicatie te geven. Het is zoeken naar een goede balans. Waar heeft de patiënt het meeste baat bij.”

Behandeling
Als er toch een doorligwond ontstaan is, kan het heel lang duren voordat zo’n wond weer dicht is, al naar gelang hoe diep en groot de wond is. In het ergste geval gaat de wond door het spierweefsel heen en reikt tot op het bot, met alle gevolgen van dien. Dan kan wondgenezing soms zelfs een jaar of nog langer duren. Alleen wondverband doet dan natuurlijk niets. Pelzer: “Vaak zie je alleen maar het topje van de ijsberg. Dan zit de wond dus veel dieper dan aan de oppervlakte zichtbaar is. Soms is weefseltransplantatie door een plastisch chirurg nodig. Dan wordt er van elders een stukje huid met spierlaag, een zogenoemde zwaailap, gebruikt om de wond snel te sluiten. Maar dat betekent dus wel een OK, een pittige OK zelfs met ook een pittig herstel daarna.”

Moeilijke gevallen
Zware of moeilijke casuïstiek komt bij Pelzer of een van haar collega’s op het bordje. Maar ze gaat nooit alléén naar een patiënt met een forse doorligwond. Altijd samen met de verpleegkundige van de afdeling, zodat de problematiek besproken wordt en er sprake is van overdracht van kennis en kunde. Pelzer: “Er is een standaard van wonden beoordelen, maar als de wond groter en dieper is, dan maakt het veel meer indruk. Soms is er sprake van geel of zelfs zwart en dus dood weefsel. Dat dode weefsel moet weggesneden worden. Dat mag ik als verpleegkundig specialist doen. Natuurlijk zitten hier ook grenzen aan: als ik ergens over twijfel, dan bel ik een chirurg.”

Corona
Voor patiënten die met COVID-19 in het ziekenhuis belanden, is decubitus een reëel gevaar. Iedereen kent de beelden van ernstig zieke mensen die langdurig in coma worden gehouden op de IC in buikligging. Vaak zwaarlijvige patiënten, die alleen al daardoor meer risico lopen op decubitus. Toch is het ook bij deze groep gelukt decubitus grotendeels buiten de deur te houden. Pelzer: “We hebben van een aantal ziekenhuizen gehoord dat er door corona ook meer decubitus optreedt. Dat valt in het Maastricht UMC+ reuze mee. Ik heb daar niet direct een verklaring voor. We hebben als decubitusteam contact gehouden met de aandachtsvelders van de IC en gezien dat het besef van het risico op decubitus groot was. Dat zal zeker hebben geholpen. Misschien is de goede score voor een deel ook te danken aan de nieuwe matrassen op de IC in het MUMC+: dat zijn zogenoemde ‘alternerende’ matrassen. Die bewegen om de tien minuten; gaan omhoog en omlaag, waardoor de druk op het lichaam voortdurend wisselt. Dat betekent overigens niet dat wisselligging niet meer nodig is. Dat moeten de verpleegkundigen blijven doen. Maar als wisselligging niet mogelijk is, kunnen kleine bewegingen ook al helpen om decubitus te voorkomen.”