De meerwaarde van psychosociale hulp als je kanker hebt
Op het moment dat je de diagnose kanker krijgt, staat je leven op z’n kop. Al snel gaat de aandacht uit naar behandelingen, controles en uitslagen. Maar wat vaak minder zichtbaar is, is wat kanker mentaal en emotioneel met je doet. Angst, onzekerheid, verlies van vertrouwen in het eigen lichaam en vragen over de toekomst kunnen lang blijven bestaan. Daarom is er in het Maastricht UMC+ aandacht voor psychosociale ondersteuning bij kanker: zorg die helpt om te verwerken wat je meemaakt en houvast te vinden. In dit verhaal vertelt GZ-psycholoog en psychotherapeut Helga Nauta, werkzaam binnen het psychosociaal team oncologie van het MUMC+, wat deze ondersteuning kan betekenen. Ze doet dit samen met Vivian van Saaze, die ruim twee jaar geleden de diagnose kanker kreeg.
Vivian van Saaze (50) woont in Maastricht en werkt als onderzoeker in Maastricht en Amersfoort. In september 2023 voelt ze een knobbeltje in haar borst. “Het bleek borstkanker te zijn, met uitzaaiingen in de lymfeklieren.” Wat volgt is een intensief traject: zware chemotherapie, operaties, twee stamceltransplantaties met ziekenhuisopnames. “Je komt in een overleefstand, waarin alles is gericht op die behandeling.” vertelt Vivian. Ze blijft, waar mogelijk, werken en probeert haar leven niet volledig stil te zetten. “En dat hielp ook. Je bent in beweging, je wordt behandeld, je hebt afleiding.” Mentaal houdt ze zich staande, mede dankzij individuele gesprekken die ze heeft met een psycholoog in het ziekenhuis, maar het is vooral doorgaan.
Het zwarte gat na kanker
Aan het einde van het medische traject voelt ze dat er iets verandert. “Fysiek gaat het langzaam weer beter, maar mentaal juist slechter. Dat is iets wat veel mensen niet verwachtten. Ze zeiden tegen me: je ziet er weer goed uit, fijn dat je er weer bent? Maar voor mij was het nog niet voorbij.” Vivian noemt het ‘het zwarte gat na kanker’. “Ineens moet je zelf weer verder. Zonder dat zorgsysteem om je heen.” Ook het schakelen tussen de ‘zieke wereld’ en de ‘gezonde wereld’ blijkt ingewikkeld. “Dan moet je opnieuw bepalen: wat kan ik, wat wil ik, en waar besteed ik mijn energie aan?”
Je bent niet de enige
Tijdens die laatste fase van haar behandeling hoort ze over een integraal revalidatieprogramma in het MUMC+ speciaal voor oncologiepatiënten, met fysiotherapie, ergotherapie en psychosociale begeleiding. Ze besluit deel te nemen. Het psychosociale deel van het programma bestaat uit een groepsbehandeling onder leiding van GZ-psycholoog en psychotherapeut Helga Nauta. De therapie doet haar goed. “Vooral omdat je veel herkent. Je hoort de verhalen van anderen en dat helpt met verwerking.” De therapie werkt ook relativerend. “Soms denk je: gelukkig heb ik dat niet en dan hoor je dat een ander hetzelfde denkt bij jouw verhaal.” ‘Herkenbaar,” zegt Helga. “Veel mensen lopen vast na het medische traject,” zegt ze. “Tijdens zo’n groepsbehandeling ontdekken mensen dat ze niet de enige zijn die worstelen met gevoelens van angst, verdriet en wanhoop en dat geeft rust.”
De tekst gaat verder onder de foto.
Kijk ook op:
Psychosociale hulp beschikbaar
Helga werkt sinds 1999 binnen de Medische Psychologie in het MUMC+ en heeft zich sinds 2018 gespecialiseerd in psycho-oncologische zorg. Ze werkt in het psychosociaal oncologisch team, dat bestaat uit psychologen, medisch maatschappelijk werkers, een geestelijk verzorger en een psychiater. “Allemaal zijn we extra geschoold in begeleiden van mensen met kanker. Wekelijks komen we bij elkaar in een multidisciplinair overleg.” Volgens Helga wordt de nood aan psychosociale ondersteuning bij kanker nog te vaak onderschat. “Ongeveer 30 procent van de mensen met kanker heeft een psychosociale hulpvraag. Toch blijft bij 5 tot 10 procent die behoefte onbeantwoord.” Daarom is het volgens haar belangrijk dat artsen en verpleegkundigen tijdig signaleren of iemand een hulpvraag op mentaal vlak heeft en dat ze doorverwijzen. Maar evenzeer is het van belang dat patiënten weten dat ze om deze vorm van ondersteuning kunnen vragen.
Wat iemand nodig heeft, verschilt per persoon
Psychosociale begeleiding begint altijd met luisteren, vertelt Helga: “We gaan eerst samen zitten en ontdekken ‘wat speelt er’? De een durft bijvoorbeeld niet meer vooruit te kijken en te plannen. De ander is boos en gefrustreerd. Soms is iemand ook alle vertrouwen in het lichaam kwijt en worstelt diegene met alle veranderingen. Ook zien we mensen die vastzitten in onderliggende patronen van bijvoorbeeld moeilijk grenzen aan kunnen geven of het pleasen van een ander. Bekende patronen werken vaak niet meer na kanker. Mensen moeten weer opnieuw ontdekken wie ben ik en wat past bij mij en wat is belangrijk voor mij? Soms ontstaan er ook praktische problemen zoals hoe pak ik mijn werk weer op en regel ik alles thuis. Samen kijken we dan wat iemand nodig heeft en welke ondersteuning daarbij past.” De begeleiding die het psychosociaal oncologisch team biedt, is breed. Het kan op elke moment in het traject, tijdens en na de behandelingsfase, en gaat van individuele therapie tot behandeling met naasten of in groepsverband. “Zo beginnen we soms met een individueel traject met of zonder naaste en sluiten we af met een groep. We hebben bijvoorbeeld groepen voor jonge mensen met kanker (AYA’s), Acceptance and Commitment Therapy-groepen of oncologische revalidatie zoals die van Vivian, waarin aandacht is voor zowel fysieke als mentale klachten.” Ook de behandelduur verschilt per persoon. “Soms zijn een paar gesprekken voldoende, soms is langer begeleiding nodig.”
Mentale zorg geeft inzichten
Voor Vivian bleken zowel de individuele gesprekken als de groepsbehandeling passende vormen van begeleiding te zijn. Het leverde haar inzichten op die ze nog dagelijks gebruikt. “Ik leerde bijvoorbeeld over ‘helpende gedachten’. Na kanker ben je extreem alert op je lichaam. Elk pijntje kan paniek oproepen.” Door bewust stil te staan bij andere gedachten ontstaat er ruimte. “In plaats van meteen denken: het is weer mis, kun je ook denken: misschien trekt dit weg. Ik ben ook milder geworden voor mezelf. Ik weet beter waar mijn grenzen liggen en waar ik mijn energie aan wil besteden.” Tegelijk benadrukt ze dat mentale zorg niet ophoudt bij een behandelprogramma of revalidatietraject. “Het gaat ook over hoe je als patiënt wordt gezien en benaderd. Door een arts die echt luistert. Door een verpleegkundige die merkt dat je een moeilijke dag hebt en even aan je bed blijft zitten. Dat zijn kleine momenten, maar ze maken een wereld van verschil.”
Doorleven met kanker
Inmiddels heeft Vivian na een nieuwe scan te horen gekregen dat de kanker is uitgezaaid. Genezing is niet meer mogelijk. Ze behoort nu tot de groep ‘doorlevers’: mensen die leven met ongeneeslijke kanker, maar vaak nog jarenlang behandeld worden. Ook voor deze groeiende groep is er specifieke psychosociale ondersteuning in het MUMC+. “Existentiële vragen spelen dan vaak een grotere rol,” zegt Helga. “Wat is waardevol? Wat geeft mijn leven betekenis? Hoe blijf ik in verbinding?” Vivian heeft ervoor gekozen om deze keer geen gebruik te maken van psychosociale begeleiding in het ziekenhuis. Ze heeft inmiddels waardevolle ondersteuning in haar eigen omgeving gevonden. Want dat hulp op mentaal vlak belangrijk is als je kanker hebt, staat voor haar als een paal boven water. “Het ondersteunt de medische behandeling en helpt me om sterker, rustiger en beter met onzekerheid om te gaan.”
Het mooiste werk dat er is
En dat is precies wat Helga en haar collega’s van het psychosociale team mensen hopen te kunnen bieden met hun ondersteuning. “Het mooiste werk dat er is,” aldus Helga. “ Mensen bijstaan in misschien wel de meest donkere periode van hun leven, en er dan écht voor hen kunnen zijn. Met aandacht, compassie en menselijkheid. Want verder leven met kanker hoeft niemand alleen te doen.”