Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Onze verhalen

Expertisecentrum MUMC+: Geen verband tussen Kabuki en kanker

Het aangeboren Kabuki-syndroom is bekend sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw. In 1995 richtten kinderarts dr. Jaap Schrander en klinisch geneticus prof. Connie Stumpel van het MUMC+ met een aantal ouders het ‘Netwerk Kabuki syndroom’ op. Vanuit dit netwerk wordt ook onderzoek gedaan. Zo werd bijvoorbeeld aangetoond dat Kabuki-kinderen baat kunnen hebben bij een behandeling met groeihormoon, omdat zij een slappe spierspanning hebben en doorgaans klein blijven. In 2018 werd vanuit de ouders de Stichting Kabuki Syndroom opgericht.

Meike van der Snee uit ’s-Gravendeel deed als een van de Kabuki-kinderen mee in het groeihormonenonderzoek. Helaas moest Meike voortijdig afhaken omdat bij haar kanker werd ontdekt. Prof. Stumpel vroeg aan klinisch geneticus i.o. Sietse Aukema om te onderzoeken of Meikes kanker en het Kabuki-syndroom misschien een verband hadden. Dit was namelijk een zorg die bij veel andere Kabuki-ouders uit het netwerk speelde.

Patiëntenvraag
“Als arts is het mijn uitdaging om elke patiëntenvraag te kunnen beantwoorden. En in dit onderzoek kwamen al mijn persoonlijke en medische interesses bij elkaar”, vertelt Sietse Aukema. “Samen met prof. Stumpel maakte ik een onderzoeksplan. Er was gelukkig toestemming van Meikes ouders om gebruik te maken van het tumorweefsel van Meike, dat na haar overlijden bewaard was. Dit weefsel is in samenwerking met de afdeling pathologie van het MUMC+ en prof. Reiner Siebert van de Universiteit Ulm uitvoerig onderzocht. Daarnaast ben ik in de literatuur op zoek gegaan naar alle mogelijke gegevens die wereldwijd bekend waren over Kabuki en kanker. Het onderzoek vergde veel inventiviteit en creativiteit omdat we slechts één patiënt kenden met deze combinatie van een zeldzaam syndroom plus een zeldzame vorm van kanker. Ik kon echter nergens een duidelijk verband tussen Kabuki en kanker in het algemeen ontdekken. Onze bevindingen hebben we recent, na twee jaar van intensief wetenschappelijk onderzoek, kunnen publiceren.” 

Ton van Essen onderzoeksprijs
Voor zijn onderzoek kreeg Sietse Aukema onlangs de Ton van Essenprijs als stimulans voor artsen die wetenschappelijk onderzoek doen. “Ik vind het fijn dat patiëntgebonden onderzoek met zo’n prijs ook erkenning krijgt. Een zeldzame ziekte krijgt namelijk niet altijd alle aandacht van onderzoekers omdat het slechts om kleine aantallen patiënten gaat. De resultaten van ons onderzoek kon ik in november 2021, tijdens de familiedag van Kabuki-patiënten delen. Als onderzoeker lijkt het ontbreken van een verband een negatieve onderzoeksuitkomst, maar voor de Kabuki-patiënten was dit natuurlijk geweldig goed nieuws. Het voelt goed dat ik voor het expertisecentrum een antwoord heb gevonden op de vragen van veel ouders. Het betekent namelijk dat we dankzij Meike nu weten dat we kinderen met Kabuki niet hoeven te belasten met een advies voor preventieve screening op kanker. Over volwassenen met Kabuki is momenteel nog weinig bekend. Dat heeft voor de toekomst zeker mijn aandacht. Samen met andere zeldzame syndromen.”

 

Sietse Aukema bij microscoop
Klinisch geneticus in opleiding Sietse Aukema

Wat is het Kabuki syndroom?

Het Kabuki syndroom is een genetische aandoening waardoor een kind geboren wordt met milde verstandelijke beperkingen en soms lichamelijke afwijkingen. Mensen met Kabuki hebben ook vaak specifieke gezichtskenmerken en een aangeboren hartafwijking. Mensen met Kabuki hebben een positief karakter. In principe hebben zij een normale levensverwachting, maar de meesten zullen altijd begeleiding nodig hebben. Het belangrijkste gen dat Kabuki veroorzaakt is in 2010 ontdekt.

Meike gaf betekenis aan ons leven en aan de kennis over Kabuki

Meike en haar ouders
Meike met haar ouders
Ciska, Meikes moeder

Onze dochter zag geen kleur of beperking bij mensen. Iedereen was voor haar gelijk. Ze was altijd ontwapenend, puur, lief en had altijd oog voor de gevoelens van anderen.

Kabuki-expertisecentrum

Het Maastricht UMC+ is een landelijk erkend Expertisecentrum voor Zeldzame syndromen en ontwikkelingsstoornissen/verstandelijke beperkingen. Kabuki is een van de specifieke aandoeningen binnen het centrum. Zowel (para)medici als ouders/verzorgers kunnen hier terecht met hun vragen. Er komen ook patiënten van buiten de regio voor een second opinion over kenmerken en behandelingen van mensen met het Kabuki syndroom. De groeihormoonpoli hoort bij het expertisecentrum. Het centrum is aangesloten bij European Reference Netwerk (ERN) Ithaca.

“Onze enige dochter Meike werd in 2003 geboren met enkele bijzondere uiterlijke kenmerken”, vertelt Meikes moeder Ciska. “Maar pas na anderhalf jaar stelden de artsen op basis van die kenmerken vast dat Meike Kabuki had. Het verantwoordelijke gen was destijds nog niet ontdekt. Voor ons was het een schok om te beseffen dat het toekomstbeeld dat wij voor onze dochter voor ogen hadden, niet zou uitkomen. Vooral haar eerste jaar was heel zwaar. Omdat Meike geboren werd zonder anus, moest ze in haar eerste jaar operaties ondergaan en had ze veel specifieke medische zorg nodig. Als ouders gingen we dat eerste jaar door een enorm rouwproces en hadden we grote zorgen om haar. Pas toen Meike anderhalf jaar was konden we echt contact met haar maken. Ze groeide op als een mooi, pienter, bijdehand en blij kind. Meike had een enorme fantasie en speelde het liefst ‘vliegtuigje’ met al haar knuffels. Ze was verbaal heel sterk, had een grote woordenschat en kletste de hele dag door met haar hoge, wat nasale stemmetje.

Kwetsbaar en zorgzaam
Meike heeft ons zoveel gebracht. Onze dochter zag geen kleur of beperking bij mensen. Iedereen was voor haar gelijk. Ze was altijd ontwapenend, puur, lief en had altijd oog voor de gevoelens van anderen. Als een klasgenootje een standje kreeg, stond Meike ernaast te huilen. En bij de slager vroeg ze ook een plakje worst voor papa en mama. Meike was zich er zelf nooit van bewust dat ze met haar verstandelijke beperking anders was dan andere kinderen. We beseften dat Meike altijd kwetsbaar zou zijn en nooit zelfstandig zou kunnen wonen. Dus voor de toekomst zagen we wel een oplossing in het verbouwen van de garage tot een woninkje voor onze Meike. 

Vanaf haar geboorte kwamen we met Meike periodiek op de poli van dr. Stumpel in het Maastricht UMC+. Hier kreeg ze ook de mogelijkheid om met onderzoek van de groeihormonen voor Kabuki-kinderen mee te doen. In december 2013, daags na Sinterklaas, werd Meike ziek. Eerst dachten we aan een blaasontsteking, maar op kerstavond kwamen we met haar op de afdeling oncologie van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam terecht. Ze bleek een tumor zo groot als een tennisbal tussen haar nieren en blaas te hebben. Een zeer zeldzame soort, die per jaar maar bij 5 kinderen wordt gevonden. 75% van deze kinderen geneest. Dus vol vertrouwen doorliepen we een heel traject met chemokuren, een zware operatie en bestralingen. In die tijd ben ik gestart met een blog over Meike, waardoor veel Kabuki-ouders met ons meeleefden.

Wetenschappelijk onderzoek
Maar ondanks alle behandelingen ging Meike achteruit. Ze kreeg infecties, koorts, een hoge hartslag en hield vocht vast. Op 6 mei 2014 kreeg ze een hartstilstand en werd ze nog gereanimeerd, maar helaas zonder succes. Pas twee dagen voor haar overlijden was bij mij het besef doorgedrongen dat dit vreselijke scenario mogelijk was. Ze is maar 10 jaar geworden. Na Meikes overlijden vroegen de artsen of ze wetenschappelijk onderzoek op haar lichaam mochten doen, om van haar te leren. Dat was voor ons geen moeilijke beslissing. We hadden ondertussen veel respect gekregen voor alle onderzoek en wetenschap. Ze hebben immers ook zóveel uit de kast getrokken om Meike beter te maken. En dat was mogelijk omdat andere mensen hun lichaam ook ooit ter beschikking hebben gesteld om de wetenschap ervan te laten leren. Daar zijn we ontzettend dankbaar voor.

Met dr. Stumpel spraken we af dat ze ons op de hoogte zou houden van de uitkomsten van onderzoeken op het weefsel van Meike. Tijdens een bijeenkomst met Kabuki-ouders kregen we vorig jaar te horen dat er geen relatie bestond tussen Kabuki en de zeldzame kanker van Meike. Dat was voor ons een schrale troost, want Meikes kanker was dus pure pech. Maar het bevestigde voor ons tegelijk wel dat wij en het ziekenhuis echt alles gedaan hadden wat we konden. Natuurlijk waren we ook opgelucht voor al die andere Kabuki-ouders. Hun kinderen lopen dus geen extra risico. Dat antwoord heeft Meike gelukkig alsnog aan de Kabuki-ouders kunnen geven.”

Sluit de enquête