Het repareren of vervangen van een hartklep behoort tot de ‘zeer complexe zorg’. Het Maastricht UMC+ is al jaren koploper op dit gebied en spant zich in om deze ingrepen steeds verder te verbeteren. Zodat meer patiënten, ook op hogere leeftijd, geholpen kunnen worden met minder ingrijpende technieken. Een cardioloog en een hartchirurg uit het ‘dedicated mitralisklep hartteam’ vertellen er meer over.
Het hart heeft een rechter- en linkerhelft, elk bestaande uit een boezem en een kamer. In totaal heeft het hart vier kleppen, maar dit verhaal gaat over de kleppen tussen de boezems en de kamers. Links heet deze ‘mitralisklep’ en rechts ‘tricuspidalisklep’. Wanneer een hartklep niet goed sluit, kan de patiënt daar in het begin vaak best mee leven. Beeldvormend cardioloog Bas Streukens: “Vaak zijn deze patiënten al wat ouder en de klachten ontstaan heel langzaam, dus ze schrijven het toe aan de oude dag en proberen eraan te wennen. Maar in de tussentijd wordt het hart steeds meer overbelast en op enig moment kan er bijvoorbeeld hartfalen ontstaan, wat levensbedreigend kan worden.” Hartchirurg Peyman Sardari Nia: “Het uitdagende bij dit ziektebeeld is onder meer dat het klachtenpatroon heel divers is: mensen belanden in verschillende stadia in het academisch ziekenhuis, met heel diverse aandoeningen van het hart en je kunt een klep op heel veel manieren repareren of vervangen.” Hij benadrukt dat er voor dit soort hoog-complex maatwerk een ervaren, deskundig team nodig is van uiteenlopende disciplines, dat steeds zoekt en werkt aan nieuwe, betere behandelingen voor iedere individuele patiënt. “Dat is ons dedicated hartteam dat we ruim tien jaar geleden voor met name de mitralisklep hebben opgericht hier in Maastricht.” De kern van het team bestaat naast de hartchirurg en de beeldvormend cardioloog uit een interventiecardioloog. Indien nodig worden andere specialisten erbij betrokken, zoals hartfalen-cardioloog, ritmespecialist en anesthesioloog.
Steeds minder ingrijpend
De hartchirurg moest vroeger via een snee in de borst het hart opereren, waarbij een hart-long-machine tijdens de operatie mogelijk maakte om het hart een poosje stil te leggen. Niet iedere patiënt kan zo’n operatie aan, bijvoorbeeld vanwege hoge leeftijd, of omdat er meerdere complexe ziektebeelden naast elkaar aanwezig zijn. Ook het revalideren van zo’n open-hart-operatie is intensief. Tegenwoordig kan een open-hart-operatie ook via een sneetje rond de tepel; omdat er nog steeds een sneetje in het hart moet worden gemaakt, heet het een open-hart-operatie en is de hart-longmachine nog nodig. Maar als ook dat te risicovol is, kan er tegenwoordig ook veel behandeld worden met een katheter die via een sneetje in de lies of hals het lichaam ingaat. Streukens: “Doordat we nu zulke goede beeldvormingstechnieken hebben, kunnen we vooraf heel precies zien wat het probleem is bij elke patiënt waardoor we beter kunnen inschatten welke behandeling het beste kan. We zijn er trots op dat we steeds meer mensen kunnen helpen, op een steeds minder invasieve manier. Het litteken na afloop is veel kleiner dan vroeger en dat is, zeker bij jonge mensen, ook niet onbelangrijk.”
We zijn er trots op dat we steeds meer mensen kunnen helpen, op een steeds minder invasieve manier. Het litteken na afloop is veel kleiner dan vroeger en dat is, zeker bij jonge mensen, ook niet onbelangrijk!
Het breedste aanbod
Sardari Nia: “Ons academisch programma drijft op voortdurende innovatie van excellente zorg, onderzoek en onderwijs. Dankzij de samenwerking in dat dedicated hartteam hebben we steeds minder complicaties bij ingrepen, is de slagingskans voor klepreparaties gestegen en leven mensen langer, blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek. We hebben de meest brede behandelmogelijkheden in Nederland, als het gaat om mitralisklep- en tricuspidalisklepreparaties. We zijn bijvoorbeeld ook het enige centrum in Nederland waar klepreparaties via de punt van het hart worden uitgevoerd om een doorslaand klepblad te repareren, een‘Neochord’, terwijl het gewoon doorklopt.” Dit trekt patiënten uit binnen- en buitenland naar Maastricht, merkt het team. Maar niet alleen patiënten; ook hartchirurgen uit de hele wereld weten de weg naar Zuid-Limburg te vinden, om opgeleid te worden in minimaal invasieve endoscopische mitralisklepreparaties. Daarvoor biedt het MUMC+ een paar keer per jaar cursussen aan, waar hartchirurgen deze technieken leren op een simulator met daarin 3D-geprinte hartkleppen. Ook komen er artsen voor kortere of langere tijd meewerken in Maastricht om ervaring op te doen in minimaal invasieve mitralisklep chirurgie. Wetenschappelijk onderzoek doet het team doorlopend, waarbij al ongeveer vijftien promovendi onderzoek hebben gedaan. Dit brede programma van mitralisklep ingrepen proberen we nu ook op te zetten voor de tricuspidalisklep aan de rechter kant. Een lekkende tricuspidalisklep is namelijk groeiend probleem (vooral bij ouderen) waarvan we nu de ernst beter inzien. Met de vooruitgang van katheter behandelingen via de lies kunnen we steeds meer betekenen, maar er is nog veel ontwikkeling nodig.
Na de operatie
De periode na een operatie is minstens zo belangrijk voor de patiënt (en dus bij dit team) als tijdens of voor de ingreep. Sardari Nia: “Wanneer een patiënt al een hele tijd een hartklepprobleem heeft, past het hart zich aan die situatie aan. Er is een soort nieuw evenwicht ontstaan. Wanneer je de klep repareert, is het even spannend voor het hart, want dat moet ineens omschakelen naar een andere situatie. Het begeleiden van de patiënt in die periode vraagt ook specifieke expertise, die we hier hebben.” Hoe meer ervaring je hebt, hoe beter je wordt in de uitvoering. Maar het belang van de patiënt staat altijd voorop, legt Streukens uit. “We komen wekelijks bij elkaar met het hartteam om samen te beslissen welke behandeling het beste past bij deze ene patiënt. Het gaat er niet om wat wij als dokters kunnen, of wat we zelf ‘leuk’ vinden om te doen; we zetten onze ego’s aan de kant en gaan voor de beste optie. Het doel van het mitralisklep hartteam is de beste behandeling voor de patiënt, zo minimaal invasief mogelijk.”
De ervaringsdeskundige: Thea Hendrikx fietst dit jaar het Pieterpad
Thea Hendrikx uit Neer was altijd een wandelaar, fietser en zwemmer, totdat het niet meer ging. “Ik had steeds minder adem en bleef uiteindelijk maar binnen zitten. Gelukkig kwam er toen een nieuwe huisarts in het dorp, die het niet vertrouwde en een hartfilmpje maakte.” Vanaf toen ging het allemaal heel snel en werd haar hartklep in Maastricht gerepareerd. “Via een klein sneetje in mijn hals, waarvan veertien dagen al bijna niks meer te zien was.” Ze verwondert zich nog steeds en geniet van alles wat ze weer kan.
De hartklep kun je zien als een deur met een kozijn eromheen. Die omlijsting was bij Thea Hendrikx wijder geworden, vertelt dokter Streukens, omdat ze leed aan boezemfibrilleren. Dan sluit de deur, oftewel de hartklep, niet meer goed en ‘lekt’ deze. Via de halsslagader kan de arts een soort metalen bandje (een ‘carillion’) spannen ‘in het kozijn’, zodat dit weer nauwer wordt en de klep beter sluit. Thea Hendrikx herinnert zich nog het gesprek met dokter Streukens voor de operatie. “Hij legde uit dat voorheen een open-hart-operatie nodig was in mijn situatie, maar dat er nu een nieuwe techniek bestond die ook al vaak was uitgeprobeerd. Ik vroeg nog hoeveel mensen dat overleefd hadden; ik hou ervan als je ook een grapje kunt maken met de dokter.”
Thea besloot ervoor te gaan en kon een week later al terecht. “Dat ging wel heel erg snel! Maar achteraf denk ik dat dat heel goed was voor mij, want daardoor kon ik niet gaan prakkiseren.” Op 13 juni 2024 werd ze geopereerd en een dag erna kon ze al naar huis. “Mijn kinderen kwamen me in het ziekenhuis bezoeken die dag. Ze vroegen verwonderd waarom ik mijn kleding aan had. ‘Omdat ik mee naar huis ga’, zei ik. Ze konden het niet geloven. Ik zelf eigenlijk ook niet. Ik heb nog tegen de dokter gezegd: ‘Het is dat ik een klein wondje in mijn hals heb, anders had ik niet geloofd dat u iets bij me had gedaan’, laat staan een hartoperatie.”
Het effect voelde ze wel meteen. Binnen twee weken na de operatie zat ze weer op haar elektrische fiets en reed ze ruim tien kilometer. Een paar maanden later waren dat er alweer vijftig. “Dit voorjaar ga ik met mijn zus, die twee nieuwe knieën heeft, het fietspad langs het Pieterpad in etappes fietsen., 580 kilometer in totaal. Wij zijn doorzetters en hebben er zin in!” Ze is ontzettend blij dat ze deze operatie heeft ondergaan en zou het, als het nodig is, zó weer doen. “En dan zou ik er helemaal niet tegenop zien.” Ze werd onlangs 73 en gaat in juni op bezoek bij haar broer in Portugal die ze al twee jaar niet heeft gezien. “Ik wil vanaf nu iedere twee jaar op bezoek gaan, zolang ik dat kan, omdát ik het nog kan!”