Krijgt de activeerkracht patiënten aan de eiwitten én in beweging?
Wie zijn spieren niet gebruikt, verliest heel snel spierkracht. Dit geldt des te meer voor herstellende patiënten in het ziekenhuis. Wat blijkt: de gemiddelde patiënt op de verpleegafdeling orthopedie (C4) van het Maastricht UMC+ zit of ligt voornamelijk als gevolg van zijn of haar klachten. Ook krijgt maar 4% van hen de noodzakelijke eiwitten binnen. Dé oplossing lijkt relatief simpel: gezonde eiwitrijke voeding en blijven bewegen. Daarom sloegen het Centrum voor Bewegen, het Zorginnovatielab en de expertise-eenheid Transmurale en Paramedische Zorg in het MUMC+ de handen ineen. Eerder werden in het ziekenhuis al vernieuwende voedingsconcepten en beweeginitiatieven geïntroduceerd, en nu is ook een veelbelovende pilot op C4 gelanceerd: de activeerkracht.
Even voorstellen
De activeerkracht: de naam doet een beetje denken aan een superheld, iemand met bijzondere eigenschappen die een duidelijke missie heeft. Chantal Nijs en Margreta Pitzalis zijn ervaren zorgassistenten op verschillende afdelingen. Tijdens de pilot op verpleegafdeling C4 van oktober 2024 tot en met april 2025 zijn ze, ieder voor vijf uur per week, ook activeerkracht. Hun missie? Zorgen dat patiënten op C4 beter (lees: gezonder en eiwitrijker) gaan eten en veel meer gaan bewegen. Natuurlijk zijn Chantal en Margreta door de diëtist en fysiotherapeut goed voorbereid, maar de minstens zo noodzakelijke bijzondere kwaliteiten - denk aan: hartelijk, vriendelijk, enthousiast, goed kunnen luisteren en gemakkelijk contact maken - hebben ze zelf al in huis.
Luchtig houden
Chantal: “De verpleegkundigen hebben 1001 andere dingen te doen. Wij niet. Als activeerkracht hoeven we ons alleen bezig te houden met voeding en beweging. En daar hebben we ook tijd voor. De sfeer houden we luchtig. Even een praatje, wat extra aandacht, een grapje tussendoor, dat maakt volgens mij echt het verschil. Ik leg patiënten ook uit dat ze in de bistro kunnen eten en dat dat zelfs met familie kan. Zo leggen ze alweer de nodige meters af. Begin eens met uit je bed te komen en naar de tafel te lopen: dat zijn drie meter heen en drie meter terug. Niet veel, maar wel iets. En als dat goed gaat, dan gaan we verder.”
“Chantal kwam bij me langs en legde me uit hoe het zit met eiwitten in de voeding. Ik dacht dat ik al goed at, mijn vrouw kookt heerlijk, maar ik heb nu wel geleerd dat er meer eiwitten gegeten moeten worden.”
Folder
Gezonde voeding
Enthousiast
Collega Margreta is net zo enthousiast over wat ze als activeerkracht voor de mensen kan betekenen. Met de folder Gezonde voeding in de hand knoopt ze de eerste gesprekjes aan. “Het werkt een stuk beter als je even de tijd neemt om wat dingen uit te leggen. Welke voedingsmiddelen veel eiwit bevatten bijvoorbeeld en waarom het eigenlijk belangrijk is om veel eiwitten te eten: voor de opbouw van de spieren. Als het even kan, probeer ik een patiënt uit bed te krijgen. Niet altijd even gemakkelijk, want mensen zijn vaak onzeker. Kan ik dat wel? Durf ik dat wel? Dat begrijp ik goed, maar als de fysiotherapeut heeft aangegeven dat ze uit bed kunnen, dan kan het ook. Dan zeg ik: we doen het rustig aan, maar we gaan het wel proberen. En uiteraard vertel je wat onderweg. Ik merk dat het de mensen goed doet. En dat doet mij weer goed.”
Wat meer uitleg
Op C4 is al van alles in het werk gesteld om mensen te stimuleren om te bewegen: zo is er een interactief fietssysteem. Tijdens het fietsen zie je op het scherm beelden van Maastricht, maar ook Venetië of Indonesië, waardoor het lijkt alsof je daar daadwerkelijk fietst. Ook is er een armfiets (voor de patiënten met een heupprothese bijvoorbeeld), een puzzel-/wandelroute, en een kunstroute. Tot voor kort werd van dit alles nog weinig gebruik gemaakt. Dat hebben de activeerkrachten goed in de oren geknoopt. Nu brengen ze de patiënten naar de fietsen en leggen ze uit hoe het werkt. Of ze lopen het eerste puzzel- of kunstrondje even samen. Zo worden onzichtbare drempels weggenomen.
Goed voor elke patiënt
Lynn Thien is hoofd van verpleegafdeling C4 - Orthopedie/traumatologie/reumatologie, het Centrum voor Bewegen. Een logische plek voor de pilot die nu loopt. Ze is blij met de activeerkrachten. Het is nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over de resultaten, maar: “We merken wel al dat de patiënten die zich door de opname niet zo fijn voelen, de extra tijd, aandacht en beweging heel prettig vinden. In principe heeft elke patiënt die opgenomen is, hier baat bij. Is het niet enkel vanwege het meer bewegen, dan wel voor de voeding. Het is echt de combinatie die maakt dat je vitaler en misschien zelfs sneller naar huis kunt.” Ziet Lynn ook dat er meer lucht ontstaat voor de verpleging? “De nadruk ligt vooral op de patiënten die extra aandacht krijgen. Voor ons als team is het heel prettig om te weten dat de patiënten - zeker de wat oudere patiënten - nu krijgen wat ze nodig hebben. Chantal en Margreta doen hun werk echt met hart en ziel. Ze stemmen goed af met de verpleging en de fysio. Als het nodig is, kunnen ze een van de coaches - een diëtist en een fysiotherapeut - raadplegen.”
“De eerste dag liepen we voorzichtig en rustig tot aan de klapdeuren. Dat ging goed, dus ik heb Margreta gevraagd om vandaag of morgen een stukje verder met mij te lopen.”
Wanneer succesvol?
Zoals gezegd, de pilot loopt nog tot en met april 2025. Als het goed is, zijn dan honderden mensen ‘geactiveerd’. We vroegen aan Anke Vroomen, innovator bij het Zorginnovatielab, wanneer de pilot geslaagd is. Anke: “Niet alleen meten we zaken als inname van eiwitten en beweegmomenten, maar we vergelijken ook bijvoorbeeld het aantal valincidenten voor en tijdens de pilot. Uiteraard bevragen we alle betrokkenen: de Activeerkrachten, verpleegkundigen, de diëtisten, de fysiotherapeuten en natuurlijk ook de patiënten. Als zij tevreden zijn en de patiënten beter begrijpen welke mogelijkheden er voor hen zijn, kunnen we spreken van een écht geslaagde pilot.”
“Ik vond het fijn dat de mevrouw me een dag later even kwam vragen of het allemaal goed ging. Ze heeft me geholpen in beweging te komen. Ik durfde dat niet alleen eerlijk gezegd.”
Ideale scenario
Anke Vroomen: “Deze zes maanden gaan ons veel leren. Het MUMC+ vindt preventie en vitaliteit erg belangrijk. Dit soort vernieuwingen zijn allemaal stapjes op weg naar de status van nationaal Kennis- en Expertisecentrum Preventie en Vitaliteit. Nu ligt de focus vooral op de dagen dat patiënten in het ziekenhuis zijn opgenomen. De folder mag uiteraard mee naar huis, maar daar blijft het vooralsnog bij. Ik kan me goed voorstellen dat als deze pilot positief verloopt, we kunnen opschalen voor heel het ziekenhuis én we - bijvoorbeeld - patiënten na hun ontslag in contact kunnen brengen met ons Vitaliteitsloket om hen te helpen de ingezette koers vast te houden in de thuissituatie. Het meest ideale scenario is immers: vitaal in, vitaal tijdens en vitaal uit.”
Wordt vervolgd.