Maastrichtse kankeronderzoekers aan het woord
Het verbeteren van zorg voor onze patiënten begint meestal bij wetenschappelijk onderzoek. Op World Cancer Research Day (24 september) laten we drie onderzoekers aan het woord. Ze doen in Maastricht oncologisch onderzoek onder de paraplu van het Maastricht UMC+ Comprehensive Cancer Center. Het MCCC bundelt de krachten van onderzoekschool GROW en het oncologiecentrum van het ziekenhuis.
Jules Derks
Betere diagnose en behandeling van zeldzame longkanker dankzij samenwerking
“Van de 14.000 mensen in Nederland die jaarlijks de diagnose longkanker krijgen, heeft een klein deel een zeldzame vorm genaamd neuro-endocrien longkanker, onderverdeeld in vier typen. Het ene type groeit langzaam en heeft een lagere kans op uitzaaiingen na de operatie en bij een ander is het juist andersom. Bij de een volstaat mogelijk een kleinere operatie en minder check-ups achteraf dan bij de ander of is een andere vorm van chemotherapie beter. Het probleem is alleen dat het onderscheid tussen die vier varianten soms moeilijk te maken is voor pathologen. De onderzoeksprojecten waarbij ik betrokken ben, die ik naast mijn werk als longarts in opleiding doe, draaien om de vraag hoe je deze verschillende types beter kunt onderscheiden en wat vervolgens de beste behandeling is. Elk type tumor heeft unieke moleculen. We zochten de afgelopen jaren naar zulke moleculen en ontwikkelden onder andere een methode die verschillende moleculen in verschillende kleuren zichtbaar maakt onder de microscoop. Zo kunnen pathologen meer informatie over de tumor achterhalen en hopelijk beter inschatten om welk type tumor het gaat en wat de beste behandeling is. Ik werk voor dit onderzoek veel samen met groepen wetenschappers in binnen- en buitenland. Daar ligt mijn kracht. Hoewel je als arts al drukke werkweken hebt, brandt er in mij een sterk vuur voor het doen van onderzoek. Veel keuzes die we in het ziekenhuis maken zijn nog onvoldoende onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. Het zou mooi zijn als we voor deze zeldzame vorm van longkanker een stap vooruit kunnen zetten.”
Marlou-Floor Kenkhuis
Kwaliteit van leven na dikke darmkanker
“Mensen die dikke darmkanker hebben, of hebben gehad, kunnen vaak nog jaren erg vermoeid zijn en last hebben van tintelingen aan vingers en voeten. Dit heeft een grote impact op de ervaren kwaliteit van leven. Leefstijladviezen voor hoe ze de beste kwaliteit van leven kunnen bereiken, zijn eigenlijk gebaseerd op algemene adviezen voor hoe je dikke darmkanker kunt voorkómen. Ik heb de afgelopen vier jaar promotieonderzoek gedaan in Maastricht naar welke adviezen voor de overlevers belangrijk kunnen zijn. Tot twee jaar na de diagnose heb ik mensen gevolgd met vragenlijsten over hun leefstijl en hun functioneren op bijvoorbeeld fysiek en sociaal gebied. Hoe beoordeelt iemand zijn of haar kwaliteit van leven? Moet iemand overdag in bed of in een stoel blijven? Zo probeer je een beeld te krijgen van hun kwaliteit van leven en hoe ze deze zelf ervaren. Dat is natuurlijk een beetje subjectief, want iedereen kijkt anders naar het leven. Maar juist die eigen beleving is ook belangrijk. In het algemeen was ik erg onder de indruk van de veerkracht van mensen en hun focus op wat ze nog wél kunnen. Dit is een van de eerste studies wereldwijd die deze groep twee jaar lang volgt na de diagnose en zo breed kijkt naar alle aspecten van leefstijl met kwaliteit van leven. Uiteindelijk zou verder onderzoek moeten leiden tot heel gerichte aanbevelingen, hoe mensen hun leefstijl kunnen aanpassen, waardoor ze meer controle ervaren en een betere kwaliteit van leven.”
Marike van Gisbergen
Betere behandeling van huidkanker
“De meest voorkomende vorm van huidkanker is het basaalcelcarcinoom, BCC. Dit type groeit over het algemeen traag en is zelden dodelijk, maar het is wel belangrijk dat het tijdig en passend behandeld wordt. Meestal gebeurt dat via een operatie, maar soms is dat niet mogelijk, of kiest de patiënt er zelf liever niet voor. Denk aan een grote huidtumor, of als het om heel veel plekjes gaat. Alternatieven zijn dan hoofdzakelijk een crème, of systemische therapie bijvoorbeeld in de vorm van pillen. Maar bij een deel van deze patiënten slaat die behandeling niet aan. Als daarbij dan ook nog heftige bijwerkingen optreden, zoals smaakverlies, spierspasmen of flink gewichtsverlies, is dat natuurlijk heel vervelend voor de patiënt. Onze onderzoeksgroep wil ontrafelen hoe BCC’s ontstaan en mogelijke aanknopingspunten vinden voor aanvullende behandelingen. Hierbinnen zoek ik voornamelijk naar een genetische component in zo’n tumor, die mogelijk kan verklaren waarom een behandeling niet aanslaat. Mijn klinisch werkzame collega’s onderzoeken verschillende behandelopties en bestaande medicijnen die misschien iets kunnen betekenen voor deze patiëntengroep. Onderzoek is altijd teamwerk; alleen kom je niet ver in de wetenschap. We weten al veel, maar ook nog heel veel niet. Als we beter begrijpen waarom een behandeling niet werkt, hebben we hopelijk in de toekomst meer of betere behandelopties voor mensen die niet geholpen zijn met systeemtherapie of crèmes bij deze vorm van huidkanker. Uiteindelijk hoop ik hiermee de patiëntenzorg te verbeteren.”