‘Nieuwe ogen’ dankzij hoornvliestransplantatie
In de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde van het MUMC+ worden zo’n 150 hoornvliestransplantaties per jaar uitgevoerd. “Wij zijn hierin gespecialiseerd en doen onderzoek om het nog verder te verbeteren” zegt oogarts Mor Dickman. Hij opereerde bijvoorbeeld Wammes Bos, die nu beter ziet dan ooit. “Kleuren zijn helderder en heel prettig: ik kan racefietsen zonder bril.”
Het hoornvlies (ook wel cornea genaamd) bestaat uit een aantal lagen. Wammes Bos (71 jaar) heeft de ziekte van Fuchs, een aandoening waarbij het aantal cellen in de binnenste laag (en daarmee het zicht) afneemt. “Aan beide ogen had ik bijna min negen. Ik zag steeds slechter en een bril kon niet veel meer corrigeren. Gelukkig kon de oogarts de binnenste laag vervangen. Mijn broer heeft de ziekte ook en twee compleet nieuwe hoornvliezen, wat ingrijpender is. Je ziet bij hem zelfs nog een paar kleine hechtingen in het oog. Dat heb ik niet.” Oogarts Mor Dickman laat met een filmpje zien hoe de ingreep zoals die van Bos verloopt, onder lokale verdoving. “Omdat er geen hechtingen in het oog nodig zijn, geneest het sneller. Na een paar weken hebben de meeste mensen goed zicht, na drie maanden is dat uitstekend. Minder dan vijf procent van de nieuwe hoornvlieslagen wordt in de eerste vijf jaar afgestoten.”
Enorme vooruitgang
De ingreep betekent voor veel mensen een enorme vooruitgang. Bos: “Ik zeg altijd dat ik nieuwe ogen heb! Met dank aan twee donoren, die ik erg dankbaar ben, is mijn zicht enorm vooruitgegaan. Kleuren zijn veel helderder. En doordat er ook een staaroperatie aan vast zat – staar is leeftijdgerelateerd en kan tegelijkertijd verholpen worden - is die min negen veranderd naar bijna nul. Ik kan nu praktisch zonder bril door het leven, dat kon al niet meer sinds ik klein was. Het is vooral ook fijn bij het racefietsen; een gewone (ongeslepen) fietsbril is genoeg.”
De ziekte van Fuchs is de meest voorkomende aanleiding voor een hoornvliestransplantatie, vertelt oogarts Dickman, met een gemiddelde leeftijd van de patiënten van 70 jaar. Een donorhoornvlies kan veel jaren meegaan. Daarnaast komen mensen met keratoconus in aanmerking. “Dat zijn vaak jongere mensen, bij wie de buitenste laag van het hoornvlies is aangedaan. Tot 20 jaar geleden was de enige oplossing een volledige hoornvliestransplantatie, tegenwoordig kunnen we alleen de buitenste laag vervangen. Maar dankzij onderzoek weten we nu ook dat als je er op tijd bij bent, je met een combinatie van vitamine B12-druppels en bestraling met UV-licht een transplantatie kunt voorkomen. Dat noemen we crosslinking. Door het afwijkende en vervormde hoornvlies treedt een vervormd en verminderd zien op. Zodra je dus merkt dat je zicht vervormt, doe je er goed aan naar de oogarts te gaan.”
En wat hem betreft naar de Maastrichtse Universiteitskliniek voor Oogheelkunde. “We zijn hier gespecialiseerd in het hele spectrum van hoornvlies-behandelingen op hoog niveau. Mede door de samenwerking met tal van specialismes, van dermatologen tot reumatologie en klinische genetica, én ons wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, lopen we voorop.”
Om afstoting te voorkomen, krijgt elk oog van Wammes Bos dagelijks voor het slapengaan een oogdruppel en komt hij jaarlijks op controle in het ziekenhuis. “Ik vind het ongelofelijk knap wat deze artsen kunnen. Ik zie beter dan ooit.”
Donatie van hoornvlies
Het grootste voordeel van het doneren van hoornvlies, is dat het in heel veel gevallen tot je 86e levensjaar gewoon kan, vertelt Gwen Vliegen, donatiecoördinator van MUMC+. “Ook bij bepaalde vormen van kanker, waardoor je je organen en enkele weefsels niet meer kunt doneren na overlijden, kan dat met het hoornvlies wel. Heeft er in het verleden een staaroperatie plaatsgevonden of is er sprake van bijvoorbeeld dementie, dan houdt het helaas op. Zo zijn er nog enkele contra-indicaties, maar in heel veel gevallen komt men wel in aanmerking voor donatie van het hoornvlies. Voor donatie van het hoornvlies wordt het hele oog uitgenomen, maar daar zie je in principe niets meer van als de overledene is opgebaard. Er worden namelijk protheses achtergelaten, waarna de oogleden worden gesloten, zoals dat ook zonder donatie van oogweesfel gebeurt in een mortuarium.”
Als de familie dat wil, kunnen ze op de hoogte worden gebracht, of het gedoneerde weefsel ‘geschikt is bevonden’ en of het is getransplanteerd. Hoewel hoornvlies het meest gedoneerde weefsel is, is er nog altijd een wachtlijst. Tegenwoordig is iedereen in Nederland orgaan- en weefseldonor, tenzij bezwaar is aangetekend bij het Donorregister. “Maar de familie heeft altijd het laatste woord hierin”, zegt Vliegen. “Iedereen moet zich er goed bij voelen; de nabestaanden moeten ook goed verder kunnen.”