Maar liefst 1,4 miljoen Nederlanders hebben op dit moment prediabetes, meestal zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. De helft van hen ontwikkelt op den duur diabetes type 2. Het goede nieuws: prediabetes is nog om te keren als je je leefstijl aanpast. Het is eigenlijk een grote alarmbel, zeggen Maastrichtse onderzoekers die voor het Diabetes Fonds in kaart brachten hoe groot het probleem is. Met een publiekscampagne probeert het fonds momenteel bewustzijn rond dit probleem te vergroten.
Door op de website van het Diabetes Fonds in een paar minuten een aantal vragen over jezelf te beantwoorden (je gewicht, je buikomvang en meer) weet je hoeveel risico je loopt op het hebben van prediabetes. Toen de website online ging en het Acht uur-journaal er aandacht aan besteedde, bezochten meer dan 250.000 mensen de pagina. Als de uitslag luidt dat je een hoog risico hebt op prediabetes, word je geadviseerd naar de huisarts te gaan. Deze kan vaststellen of je bloedsuikerwaardes inderdaad verhoogd zijn. “Daar merk je meestal nog niks van”, zegt Miranda Schram, diabetesepidemioloog bij De Maastricht Studie (DMS). Deze grote, langlopende studie onderzocht voor het Diabetes Fonds hoeveel mensen in Nederland op dit moment prediabetes hebben. “Daarnaast blijkt uit ons onderzoek ook dat in de hersenen, kleine bloedvaten en nieren van deze mensen al kleine schade zichtbaar is. Er werd lang gedacht dat prediabetes onschuldig is, maar eigenlijk is het een grote alarmbel. Vooral als je weet dat prediabetes nog omgekeerd kan worden, terwijl dat bij diabetes meestal onmogelijk is.”
Hoe keer je prediabetes om?
Hoe doe je dat dan? Door je leefstijl aan te passen: meer bewegen en gezonder eten, stoppen met roken en meer. Het publiek rolt wellicht al met zijn ogen, want ‘die boodschap kennen we nu wel’. Of: ‘we willen niet betutteld worden in wat we eten en doen.’ Internist-endocrinoloog in het Maastricht UMC+, Martijn Brouwers, begrijpt dat mensen zelf hun keuzes willen maken. “Daar ben ik natuurlijk ook voor, maar als mensen denken dat ze geheel vrije keuzes maken in wat ze eten en drinken, is dat een naïeve gedachte. Je wordt de hele dag gestimuleerd om óngezonde keuzes te maken. Daar zou de overheid best iets tegenover kunnen stellen. Het zal nooit zover komen dat de overheid verbiedt om cola te drinken, daar hoeven mensen niet bang voor te zijn.”
Schram: “Je kunt bijvoorbeeld bewegen promoten, door de inrichting van woonwijken aan te passen. Daarmee betuttel je niet, maar stimuleer je wel gezond gedrag. Of denk aan de gezonde basisschool, waar kinderen gezond eetgedrag wordt aangeleerd. Er is nog zoveel meer mogelijk op het gebied van preventie, dus voorkómen dat prediabetes ontstaat.” Brouwers: “Je hoopt dat mensen zich realiseren dat het vijf voor twaalf is, met zo’n campagne van het Diabetes Fonds. Dat ze beseffen dat ze risico lopen op serieuze gezondheidsproblemen, ook al hebben ze nu nog geen klachten. Die ontstaan pas als de bloedsuikerwaarde een bepaalde grens overgaat: dan krijg je meer dorst en moet je vaker plassen, maar dan is het dus al diabetes geworden. Je hoopt dat mensen hun leefstijl aanpassen als ze dat eenmaal weten.”
Voorkómen, niet genezen
Voorkómen is beter dan genezen, zou je zeggen, maar feitelijk is voorkómen hier de enige uitweg, want te genezen is diabetes niet. Schram: “Preventie is een belangrijk thema in de huidige gezondheidszorg, maar de tactieken om het echt te implementeren schieten soms nog tekort. Voor infectieziekten is dat bijvoorbeeld goed geregeld, met het landelijke vaccinatieprogramma, maar daarbuiten is er weinig op het gebied van preventie. En dan komt het op de zorg in de ziekenhuizen en bij de huisartsen aan, maar dat is niet meer te behappen.”
Op dit moment zijn er meer dan 1 miljoen mensen met diabetes in Nederland. Zij worden begeleid door artsen, maar iedereen weet dat de gezondheidszorg onder druk staat. Net als in andere sectoren is het personeel moeilijk te vinden en het budget voor gezondheidszorg kent grenzen. Brouwers ziet dat er simpelweg geen ruimte is om naast de 1 miljoen mensen met diabetes, ook de 1,4 miljoen mensen met prediabetes te gaan begeleiden. Bovendien moeten er waarschijnlijk heel veel mensen met prediabetes met medicijnen behandeld worden om complicaties aan de bloedvaten op de lange termijn te voorkomen.
Een voorbeeld
Hij illustreert dat met een voorbeeld: “Als je mensen cholesterolverlagers geeft, verlagen we het risico op een hartinfarct. Feitelijk behandel je een hele groep mensen om één hartinfarct te voorkomen, zonder dat je vooraf weet wie die ene persoon is. Naarmate het risico op problemen kleiner is, bijvoorbeeld omdat prediabetes minder ernstig is dan diabetes, moet je meer mensen behandelen om één probleem te voorkomen. Dat statistische gegeven, in combinatie met een capaciteitsprobleem in de zorg, noem het gerust een zorgcrisis, maakt dat ik het een moeilijk vraagstuk vind wat we in het ziekenhuis deze doelgroep kunnen bieden. We moeten vooral voorkómen dat mensen diabetes krijgen, door meer bewustwording rondom prediabetes. Daar is deze campagne heel belangrijk voor.”
Bredere discussie is nodig
Terwijl de huidige gezondheidszorg dus tegen de grenzen van wat haalbaar is aanloopt, ziet de arts ook dat zijn collega’s prediabetes steeds meer als een aandoening zien. “Het zou me helemaal niet verbazen als onze beroepsgroep binnen een aantal jaren met richtlijnen komt voor hoe we het zouden moeten aanpakken, op basis van alle wetenschappelijke bewijzen van dat moment. Dan is het weer de vraag hoe we dat moeten organiseren.” Hij wijst op het belang van een brede discussie in Nederland, over de vraag wat we wel en niet willen met de zorg. “De huidige problemen, waaronder de personeelstekorten, los je niet alleen maar op met artificial intelligence. Maar de discussie over keuzes in de zorg wil men vaak pas aan als de zorg helemaal vastloopt, zoals je zag tijdens Covid. Toen kwamen er pas gesprekken op gang over wie nog wel naar de IC moest en wie niet meer. Dat is het meest fundamentele wat we moeten doen. Simpelweg omdat niet alles kan.”
De twee zijn het eens dat mensen met prediabetes bij voorkeur niet door artsen begeleid worden. Schram: “Het liefst zou je willen dat prediabetes minder voorkomt. Uit De Maastricht Studie blijkt nu ook dat dit probleem veel groter is dan we dachten. Dat is een extra argument om nog meer in te zetten op preventie.”