“Steengoed word je niet tussen 8 en 5”

Vandaag hield Prof. Dr. Geertjan Wesseling zijn afscheidscollege, ter afsluiting van een ruim 36-jarige loopbaan in Maastricht. In die bijna vier decennia zag de longarts de behandelmethoden voor astma, COPD en met name taaislijmziekte drastisch verbeteren. Geertjan is een warm pleitbezorger van transmurale zorg en een bevlogen docent in Maastricht en in het buitenland. Aan die laatste rol houdt hij de komende jaren nog even vast.

Geertjan Wesseling studeerde (na vier keer te zijn uitgeloot) geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn afstuderen in 1984 werkte hij drie jaar bij ziekenhuis Maria Stichting in Haarlem. “Eigenlijk wilde ik Maag-Darm-Leverarts worden. Mijn sollicitaties liepen echter steeds op niets uit. Deels omdat ik dan moest promoveren en daaraan moest ik die tijd nog niet denken. Het was een enthousiaste longarts in de Maria Stichting - Peter Wiers – die mij heeft warm gemaakt voor het vak van longarts; voor de technische aspecten van het vak, voor de communicatie met patiënten en het brede spectrum van longziekten dat oude én jonge patiënten treft. In zekere zin is het dus toeval dat ik in de deze discipline ben beland, maar ik heb me er altijd senang in gevoeld.”

Transmurale zorg

Zijn komst naar Maastricht in 1986 was eigenlijk weer een kwestie van toeval. “Ik was aangenomen in Leiden, maar kon daar pas een jaar later aan de slag. Aangezien ik niet met mijn armen over elkaar wilde blijven zitten, besloot ik een jaartje in Maastricht te werken. Dat ene jaar werden er twee, en drie en uiteindelijk dus ruim 36. Mijn ‘hobby’s’ als longarts zijn astma, COPD en cystic fibrosis (taaislijmziekte). Ik heb het transmurale aspect altijd belangrijk gevonden. Dan ligt het voor de hand dat astma en COPD je specialisaties worden, aangezien die patiënten met name in de eerste lijn worden gezien. Versterking van de eerste lijn is een van de pijlers van dit ziekenhuis en de loop der jaren hebben we veel en succesvol geëxperimenteerd en modellen uitgetest, met veel aandacht voor deskundigheidsbevordering van de eerste lijn zodat patiënten de juiste zorg op de juiste plek ontvangen.” Geertjan constateert dat de eerste lijn momenteel minder robuust is dan tien jaar geleden. “Dat heeft alles te maken met enorme capaciteitstekorten, dubbele veroudering, de toegenomen zorgvraag, mensen die langer thuis wonen en het tekort aan wijkverpleegkundigen. De huisarts wordt overvraagd, met alle gevolgen van dien. Als ziekenhuis moeten we ons daartoe verhouden. Dan maar meer hier in huis, maar wel met het uitgangspunt dat we simpel houden wat simpel kan.”

Geertjan Wesseling

...... simpel houden wat simpel kan.

Betere behandelingsmethoden

“Hoewel de basisregels en medicatie voor patiënten met astma en COPD sinds de jaren 1970 nauwelijks zijn veranderd (niet roken, veel bewegen en pufjes) kan de longarts vandaag de dag meer voor de patiënt betekenen”, stelt Geertjan vast. “Dat komt omdat we veel beter onderscheid zijn gaan maken tussen verschillende soorten astma waardoor we kunnen ingrijpen in het specifieke deel van de ontstekingscascade. Voor een kleinere groep patiënten zijn nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld die hun kwaliteit van leven aanzienlijk hebben verbeterd. Weliswaar peperduur, maar alleszins kosteneffectief omdat het mensen weer in staat stelt te werken en deel te nemen aan de maatschappij.” Voor COPD-patiënten zijn de mogelijkheden eveneens uitgebreid, technieken verfijnd en uitkomsten verbeterd. Geertjan: “Voor een beperkte groep patiënten met hyperinflatie (onvermogen om uit te ademen) zijn er ingrepen om het longvolume terug te brengen. Het besef dat COPD zelden alleen komt, heeft ertoe geleid dat we tegenwoordig veel breder naar de patiënt kijken en dat het belang van multidisciplinaire revalidatie duidelijker is gemaakt. Daarnaast is er nu de mogelijkheid van het thuis beademen waarmee we mensen toch nog een goede kwaliteit van leven kunnen bieden.”

Versterking van de eerste lijn is een van de pijlers van dit ziekenhuis

Gamechanger

“De meest spectaculaire ontwikkeling in de 36 jaar dat ik hier heb gewerkt is de nieuwe medicatie voor cystic fibrosis (CF) patiënten”, vervolgt Geertjan. “In 2015 is een nieuw geneesmiddel op de markt gekomen dat de genetische weeffout die CF veroorzaakt herstelt. Een gamechanger zoals de geneeskunde maar zelden ziet. Het leven van deze patiënten en hun perspectief is volledig veranderd. Helaas bedragen de kosten twee ton per jaar.” Hier raakt Wesseling een thema dat hem bezighoudt. “Er zijn veel peperdure geneesmiddelen en behandelmethoden die in een bepaalde niche zeer waardevol zijn en elke arts wil nu eenmaal het beste voor zijn of haar patiënt. Tegelijkertijd zijn mensen en middelen schaars. Ik vermoed dat de wal het schip gaat keren. Niet alleen om financiële redenen, maar ook qua poppetjes en spullen. We zijn op het punt aanbeland dat we keuzes moeten gaan maken. Niet in de spreekkamer, maar vanuit de overheid en samenleving. Tegelijkertijd heb je als arts wel een verantwoordelijkheid; namelijk de vraag stellen wat sommige interventies nou echt toevoegen aan het welbevinden van de patiënt. Luisteren naar de patiënt en goed meedenken binnen de mogelijkheden, daar gaat het om.” 

We zijn op het punt aanbeland dat we keuzes moeten gaan maken

Verrijking

Gedurende zijn hele carrière had Geertjan een groot hart voor het geneeskundeonderwijs. In 2005 stond hij aan de wieg van de Engelstalige master Geneeskunde. “Aanvankelijk is deze master opgezet voor studenten uit Saudi-Arabië. Een leerzaam én moeizaam project waaraan ik mijn grijze haren te danken heb”, zegt hij met een lach. “Tegelijkertijd hebben we hier wel studenten opgeleid die in Saudi-Arabië tot de top zijn gaan behoren. Uiteindelijk is de Engelstalige master veel breder ingezet en zelfs een exportproduct geworden. Via SHE Collaborates werken inmiddels faculteiten in 43 landen met grote of kleinere elementen van de Maastrichtse methode en het curriculum. Een deel van die landen, waaronder Jemen, Ghana, Mozambique en Oman, heb ik zelf regelmatig bezocht. Soms voor een training, soms voor een intensievere begeleiding. Ik vond het leuk en waardevol om op die manier een bijdrage te leveren. Het inregelen van onderwijs op locatie vraagt om diplomatie en co-creatie. Je moet nieuwsgierig zijn naar andere culturen, belangstellend zijn en bereid om tijd te investeren. Je leert je realiseren dat mensen uit andere landen en culturen anders kijken naar ziekte en doodgaan en dat komt ook in je eigen spreekkamer van pas. Eigenlijk zou elke medisch specialist een tijdje in het buitenland moeten werken. Het laat ook zien hoe bevoorrecht wij zijn om in Nederland ons vak uit te oefenen, met alles wat ons hier tot beschikking staat. Het is enorm verrijkend.”

Toename burn-out bij jonge artsen

Tijdens de opleiding tot medisch specialist heeft Geertjan zich als voorzitter van de assistenten vereniging hard gemaakt voor betere werktijden. “Destijds waren werktijden excessief, een werkweek van 120 uur was niet ongebruikelijk. Dankzij de werktijdenregeling die we – niet zonder slag of stoot - tot stand hebben weten te brengen, mag dat niet meer. Merkwaardig is wel is dat er tegenwoordig meer sprake is van burn-out bij jonge collega’s dan ooit. Dat trek ik mij enorm aan, want de disbalans tussen werk en privé veroorzaakt veel leed. Tegelijkertijd raakt het mij als opleider. Je opleidingstijd is de fase waarin je de kans krijgt steengoed te worden in je vak en het fundament legt om 30 jaar lang met plezier te werken en uit te blinken. We merken nu dat veel jonge, ambitieuze, intelligente en in potentie steengoede jonge artsen worstelen of zelfs afhaken. Zelf denk ik wel eens dat ze de verkeerde keuzes maken. Te veel ballen in de lucht houden en dan ook nog alles perfect willen doen. Ik bied een luisterend oor, denk mee in oplossingen maar uiteindelijk moet de specialist in opleiding toch de benodigde vlieguren maken. Steengoed word je nu eenmaal niet tussen 8 en 5. Als opleiding moeten we hier iets mee. De oplossing zou kunnen liggen in het loskoppelen van opleiding en bedrijfsvoering/productie; de specialist in opleiding laat bepaalde verantwoordelijkheden in het dagelijkse werk over aan anderen en doet zelf wat nodig is om steengoed te worden. Cherry-picking dus. Dat vraagt om andere organisatie van werktijden en teams; meer generalisten dan specialisten, een andere manier van supervisie en achterwacht en samenwerking tussen de verschillende afdelingen. De financiering zou deels kunnen komen uit lagere salariëring van de medisch specialist in opleiding die immers niet meedraait in de bedrijfsvoering.”

....... maar uiteindelijk moet de specialist in opleiding toch de benodigde vlieguren maken

Spirit

Geertjan stipt corona kort aan. “Voor de hele samenleving, voor het ziekenhuis en zeker ook voor ons als longafdeling een heftige en ingrijpende periode. Toch zie ik ook de positieve kanten. We hebben als huis een enorme saamhorigheid, eendracht en bereidheid getoond om samen oplossingen te vinden. Ik durf wel te stellen dat we zijn gegroeid in deze crisis en ik hoop van harte dat we deze positieve teamspirit blijven vasthouden. Want ook in de nabije toekomst, waarin (harde) keuzes gemaakt moeten worden, komt het aan op vertrouwen hebben, naar elkaar luisteren en elkaar verstaan zodat samen naar oplossingen gezocht kan worden.”

Portugal

Op 26 april hield Geertjan zijn afscheidscollege. “Dan is het mooi geweest”, zegt hij. “Mooi in de zin van: ik kijk terug op een mooie loopbaan en goede tijd. Tegelijkertijd is het genoeg geweest. Ik heb naar mijn pensioen uitgezien, hoewel ik me terdege realiseer wat ik ga missen.” Van het beruchte ‘zwarte gat’ is evenwel nog geen sprake. “Ik ga in Portugal een bijdrage leveren aan de organisatie van het klinisch onderwijs volgens de Maastrichtse methode. Dat neemt naar verwachting een dag of twee, drie in beslag. Waarschijnlijk voor een periode van vier jaar, want dan is het hele curriculum één keer gedraaid. De rest van de tijd ga ik vullen met wandelen, golfen, zwemmen, wijnproeven én mijn vrouw ondersteunen die in Portugal aan haar proefschrift werkt. Ik denk dat we zo’n acht á negen maanden per jaar in Portugal vertoeven en daarnaast regelmatig in Nederland zijn om mijn kinderen en drie kleinzonen te zien. Ik zie het helemaal zitten.”

Sluit de enquête