Traumavrije zorg voor zieke kinderen

Bloed prikken, een infuus aanleggen of in het oor kijken; zelfs ogenschijnlijk eenvoudige medische handelingen kunnen bij kinderen angst, pijn en stress veroorzaken. Volgens kinderarts-intensivist Piet Leroy zijn comfort en vertrouwen net zo belangrijk als de medische behandeling zelf. Hij onderzoekt daarom hoe zorgverleners traumavrije zorg kunnen bieden en op welke manier zorgverleners comfortzorg kunnen leren toepassen. Leroy is benoemd tot hoogleraar ‘procedurele comfortzorg, sedatie en analgesie bij kinderen voor traumavrije zorgverlening’, en spreekt op 8 maart zijn inaugurele rede uit. 

Pijn en angst zijn onvermijdelijk bij ziekte en behandeling, maar voor kinderen kunnen deze emoties versterkt worden door medische handelingen. Dat wordt procedureel leed genoemd. ‘Een ziek kind begrijpt niet waarom een onderzoek of behandeling nodig is, en gaat zich verzetten’, legt Leroy uit. ‘Al snel wordt dan toch even doorgepakt, want zorgverleners willen het kind goed onderzoeken en behandelen. Maar één keer in bedwang gehouden worden om in de oren te kijken kan voor een kind een hele nare ervaring zijn die het onthoudt.’ Het ervaren van procedureel leed door jonge kinderen heeft niet alleen directe gevolgen, zoals extra pijn en angst op dat moment, maar het kan de genezing belemmeren en zorgen voor wanvertrouwen tegenover zorgverleners.

Opstapeling

Al vanaf zijn eerste jaren als kinderarts houdt Leroy zich bezig met het verminderen van procedureel leed. Aanvankelijk door kinderen in diepe slaap te brengen voor procedures die overduidelijk erg pijnlijk of vervelend zijn, zodat ze die niet bewust meekrijgen. Later leidde een persoonlijke ervaring tot een verschuiving naar procedureel comfort – ook voor handelingen die objectief gezien niet veel pijn doen. ‘Mijn dochter heeft een ernstige ziekte overleefd dankzij goede medische zorg. Maar een half jaar na haar behandeling raakte ze volledig in paniek toen de juf van de peuterspeelzaal haar een pleister wilde geven: een pleister kreeg ze in het ziekenhuis na iedere prik. De psychologische impact van de opstapeling van kleine handelingen heeft een paar jaar geduurd.’ Leroy bedacht daarop oplossingen voor de praktijk, deed daar onderzoek naar, schreef richtlijnen, richtte een kenniscentrum op, en bekleedt nu een leerstoel. ‘Mijn dochter zegt altijd dat ik dankzij haar carrière heb kunnen maken’, lacht Leroy.

Comfortzorg

Geen medische techniek, maar de relatie met het kind en de ouders vormt de basis van comfortzorg. ‘Er zijn genoeg relatief eenvoudige oplossingen waarmee we een heel eind komen. Zo krijgen kinderen in het Maastricht UMC+ bij vrijwel elke prik verdovende zalf. Maar de zalf neemt alleen de pijn weg; niet de angst. Daarvoor moeten we contact maken met het kind, en samen met de ouders eens uitzoeken wat er in het kind omgaat. Stelt het gerust om het kind eerst te laten ervaren dat de huid verdoofd inderdaad anders voelt dan de vorige keer? Of gaan we het kindje afleiden, zodat het niet merkt wat er met die naald gebeurt? De techniek van comfortzorg zit niet in de verdovende zalf, maar in de juiste woorden gebruiken, leren afleiden, leren een kind mee te nemen in wat je gaat doen. En bij elk kind opnieuw uit te zoeken wat het comfort en vertrouwen biedt.’ 

mosakids

Omarm de kwetsbaarheid

Een bepaalde techniek kan alleen voelen als comfortabele zorg als er vertrouwen is tussen zorgverleners, kind en ouders. Vanzelfsprekend is dat niet, want zowel de ouders als het kind zijn kwetsbaar: ze zijn onzeker over de ziekte, behandeling of prognose, over de betekenis van medische begrippen en over wat de ziekte doet het met gezin. Maar ook de zorgverlener is onzeker: comfortzorg is geen “trucje”, maar voor elk kind anders. Niet voor niets is “omarm de kwetsbaarheid” de titel van de oratie waarmee Leroy zijn leerstoel aanvaardt. ‘Mensen lossen onzekerheid altijd op in relatie met anderen. Als zorgverlener, ouder en kind hun kwetsbaarheid kunnen delen, ontstaat een evenwichtige relatie en wordt duidelijk waar ze elkaar kunnen aanvullen voor een prettigere en betere behandeling van het kind.’ 

PROSA kennisnetwerk

Leroy hoopt van procedurele comfortzorg de standaard maken. Een immense uitdaging, niet in de laatste plaats omdat zorgverleners niet worden opgeleid om patiënten niet alleen te zien als bron van zorgen, angsten en vragen, maar ook van kennis, mogelijkheden en ervaringen. Om zorgteams de basiskennis en -vaardigheden te leren voor traumavrije zorg aan kinderen, richtte hij kennisnetwerk PROSA op. Hij doet onderzoek naar welke deskundigheid die zorgverleners nodig hebben om comfortzorg consistent toe te passen, en past die toe in het onderwijs dat het kennisnetwerk biedt. ‘Zo maken we bijvoorbeeld opnames in de behandelkamer van echte situaties. Dan gaan we gezamenlijk - de zorgverleners, ouders en het kind - kijken wat er gebeurt. Waarom is het goed gedaan? Mensen doen heel veel dingen onbewust. Maar door te ontrafelen hoe ze samen hun weg vinden om een verrichting succesvol én comfortabel te maken, ontdek je zinvolle strategieën die je weer aan anderen kan leren. Het videomateriaal zelf is daarbij dan uitstekend lesmateriaal.’ Toch zullen pijn en angst niet altijd te vermijden zijn. ‘Maar ik hoop te bereiken dat rekening houden met angst en pijn algemeen gedachtegoed wordt. Dat we ons bij elke stap die we zetten afvragen wat het betekent voor het kind en daarbij aansluiten. En vooral: dat we leren zorgen zonder trauma’s te veroorzaken.’

piet leroy

Piet Leroy is kinder-intensivist in het MosaKids kinderziekenhuis van het MUMC+ en hoogleraar procedurele comfortzorg, sedatie en analgesie bij kinderen bij onderzoeksinstituut SHE. Hij richtte het PROSA-team op, waarmee hij samen met andere zorgdisciplines traumavrije zorgt aan kinderen biedt. Leroy is ook onderwijs-kundige, en wetenschappelijk en inhoudelijk directeur van het PROSA-kenniscentrum dat zorgteams traint om traumavrije zorg aan kinderen te bieden en handvatten publiceert om ouders en kinderen te helpen zich voor te bereiden op een pijnlijke verrichting. Zijn leerstoel wordt mede gefinancierd door de Charlie Braveheart Foundation.

Sluit de enquête