Vijf jaar na de uitbraak van COVID-19: Een terugblik met beslissers in het MUMC+
Vijf jaar geleden zette COVID-19 de wereld op z'n kop. Dit jaar kijken we in een reeks verhalen terug op hoe het coronavirus het leven van ons allemaal veranderde. We starten met vijf beslissers in het Maastricht UMC+ die, als onderdeel van het crisisteam, destijds in de frontlinie stonden. Hoe beleefden zij de eerste maanden? Welke beslissingen waren het moeilijkst en welke lessen namen zij mee voor de toekomst?
Helen Mertens, voorzitter Raad van Bestuur
"Het moment dat ik op die eerste zondag van maart werd gebeld door een van onze directeuren met de woorden ‘Er komt iets groots op ons af’, zal ik nooit vergeten. We wisten nog niet precies wat ons te wachten stond, maar één ding was duidelijk: onderschatting was geen optie. Vanaf het eerste moment bereidden we ons voor op het zwaarste scenario. En dat dat was maar goed ook. Limburg werd hard getroffen en we moesten alles op alles zetten om de zorg overeind te houden. Extra bedden, een triagetent bij de entree en een noodhospitaal in het MECC. Alles werd in razend tempo geregeld. Maar crisismanagement gaat niet alleen over logistiek; het gaat over mensen. Iedereen zette zijn schouders eronder, dag en nacht, zonder te weten hoe lang het zou duren. Een van de moeilijkste beslissingen vond ik het bezoekbeleid. Landelijk ging alles op slot, maar wij vroegen ons af: kan het echt niet anders? Moeten we patiënten in hun laatste dagen volledig isoleren van hun dierbaren? We besloten een eigen koers te volgen, maar wel op basis van kennis. Met beschermende maatregelen lieten we familie toch toe. Achteraf bleek dit een van de beste beslissingen. COVID heeft blijvende veranderingen gebracht. Het integraal capaciteitsmanagement, waarbij we ziekenhuiscapaciteit veel slimmer verdelen, is iets dat we hebben behouden. Ook de samenwerking binnen de regio is sterker geworden. Persoonlijk heeft het mij geleerd hoe ongelooflijk inventief en betrokken zorgmedewerkers zijn. En ook: dat durven loslaten van vaste structuren, goed kan werken. Dat je zonder dat je alles weet, de juiste beslissingen kunt nemen. Als je het samen doet. Dat was indrukwekkend en maakt me nog steeds trots. Een volgende crisis zal anders zijn, maar één ding weet ik zeker: als het ooit weer nodig is, staan we er opnieuw. Maar liever nog even niet."
Karin Faber, directeur Patiëntenzorg
"Ik weet nog dat ik in februari 2020 de eerste waarschuwingen uit Italië kreeg van een goede vriend en collega. Daar was het goed mis en wij wisten: dit komt onze kant op. We probeerden ons zo goed mogelijk voor te bereiden, maar de buitenwereld leek het nog niet te beseffen. Twee weken later was het realiteit. We stonden midden in een storm zonder te weten hoe lang die zou duren. Wat me zeker is bijgebleven, is het tekort aan beschermingsmiddelen. We konden onze mensen niet altijd optimaal beschermen, dat gevoel van machteloosheid was zwaar. Toch zag ik ook iets anders: een ongekende veerkracht en samenwerking. Iedereen werkte keihard, het MECC werd in no-time een noodhospitaal en de saamhorigheid was groot. De zorg was flexibel, creatief en vastberaden. COVID heeft blijvende veranderingen gebracht. Zo is onze capaciteitsplanning verbeterd en heeft digitale zorg een enorme vlucht genomen. Dat geeft vertrouwen, maar het vraagt ook om blijvende investeringen. Als er een nieuwe pandemie komt, hoop ik dat we weer zo goed kunnen handelen, alleen dan zonder dat andere zorg stil komt te liggen. Wat me zorgen baart, is dat er alweer wordt bezuinigd op crisisvoorbereiding. De GGD wordt niet versterkt, IC-capaciteit groeit niet mee. Alsof we als maatschappij niet leren van wat er is gebeurd. Want als we iets weten nu, dan is het dat je een crisis nooit alleen kunt bestrijden."
David Hoogerwerf, beleidsadviseur crisisbeheersing
“Het was eind februari, ik was op de verjaardag van mijn broer, maar in mijn hoofd was ik vooral bezig met de eerste presentatie voor het crisisbeleidsteam. Toen besefte ik: als dit nu al zo mijn aandacht opeist, dan is dit écht serieus. Niet veel later zaten we in ons eerste crisisoverleg en wisten we: dit gaat alles veranderen. Een van de moeilijkste beslissingen was het bezoekbeleid. We moesten de toegang tot het ziekenhuis beperken, dat was zwaar. Je wilt mensen niet weghouden van hun geliefden, maar je moet ook besmettingen voorkomen. Daarnaast moesten we in hoog tempo triagetenten en een noodhospitaal inrichten, terwijl we hoopten dat we die nooit volledig nodig zouden hebben. Wat COVID mij vooral heeft geleerd, is hoe snel we als organisatie kunnen schakelen als het moet. Binnen een paar dagen bouwden we nieuwe afdelingen en implementeerden we systemen waar we normaal maanden over zouden doen. De digitalisering van de zorg, crisiscommunicatie en regionale samenwerking hebben daardoor een enorme vlucht genomen. Tegelijkertijd realiseer ik me hoe belangrijk het is om te waken voor overbelasting. We werkten in die tijd extreem lange dagen, en dat houd je niet vol. De eerste keer dat ik over de SEH liep en de realiteit van de pandemie echt zag – de volle afdelingen, de tenten buiten, medewerkers in volledige beschermende kleding – dat moment zal ik nooit vergeten. Wat ik ook nooit zal vergeten, is de veerkracht en het doorzettingsvermogen van onze mensen. We hebben laten zien dat we dit aankunnen. Als het ooit weer nodig is, zullen we er opnieuw staan. Maar ik hoop dat die dag nog ver weg is.”
Lees verder na de afbeelding.
Jan-Willem Sels, cardioloog-intensivist en waarnemend hoofd Intensive Care
“Zou het hier ook echt zo erg worden? Ik hoor het mezelf nog vragen toen ik met het toenmalige afdelingshoofd op kantoor zat, terwijl de eerste beelden uit Italië binnenkwamen. Niet veel later werd in Nederland de eerste besmetting vastgesteld en stegen de cijfers razendsnel. Mijn skivakantie heb ik direct geannuleerd, en kort daarna zaten we in crisisoverleg. We wisten dat het ziekenhuis snel vol zou raken, binnen twee weken explodeerde het aantal IC-opnames. We gingen van 27 IC-bedden naar een situatie waarin 42 COVID-patiënten tegelijkertijd aan de beademing lagen en op de piek 57 beademingsbedden geopend hadden. Ruimtes werden leeggemaakt, noodscenario’s uitgewerkt, collega’s van andere afdelingen versneld ingewerkt. Het moeilijkste vond ik het bezoekverbod dat we in eerste instantie moesten invoeren. Later hebben we dat aangepast, maar op dat moment hadden we geen keuze. Er waren geen vaccins, geen medicijnen, te weinig beschermingsmiddelen en de besmettingscijfers schoten omhoog. We deden wat nodig was. COVID heeft de zorg flexibeler gemaakt. We weten nu hoe we snel kunnen opschalen, hoe we mensen van andere afdelingen mee kunnen laten helpen op de IC. De rol van zorgassistenten, die verpleegkundigen ontlasten door niet-medische taken over te nemen, is een waardevolle verandering die we hebben behouden. Wat me het meest is bijgebleven? De uitgestorven stad als ik ’s nachts naar huis reed. Geen auto’s, geen geluid, alsof de wereld even was stilgezet. En natuurlijk het beeld van de IC: rijen patiënten aan de beademing, verpleegkundigen in volledige beschermende kleding, schermen tussen de bedden. Dat vergeet ik nooit meer.
Paul Savelkoul, hoofd afdeling Medische Microbiologie, Infectieziekten & Infectiepreventie
"We zijn altijd alert op nieuwe infectieziekten, in november 2019 hielden we dit virus dus ook al nauwlettend in de gaten. Vaak doven dit soort uitbraken vanzelf uit, maar toen de eerste berichten uit Italië kwamen, wisten we: dit is anders. We schoten direct in actie, overlegden met de GGD en organiseerden de eerste crisisbijeenkomsten. Op dat moment besef je: dit kunnen we niet meer tegenhouden, we moeten ons voorbereiden op wat komen gaat. De pandemie veranderde dagelijks. Nieuwe inzichten, nieuwe varianten, continu schakelen en een aaneenschakeling van moeilijke beslissingen. Elke dag weer. We gingen van een paar testen per week naar duizenden per dag. Ruimtes werden leeggemaakt, nieuwe apparatuur werd ingevlogen en onderzoekers die normaal fundamenteel werk deden, hielpen ineens bij diagnostiek. De energie en samenwerking waren ongekend. Iedereen zette zich maximaal in. COVID heeft de rol van microbiologie zichtbaarder gemaakt. Iedereen weet nu wat een PCR-test is, hoe infecties zich verspreiden en hoe cruciaal hygiëne is. Maar je ziet ook dat de urgentie alweer afneemt. Preventie krijgt te weinig aandacht, terwijl het essentieel is om voorbereid te zijn op een volgende pandemie. Wat wel blijvend is, zijn de technologische ontwikkelingen. Veel van de apparatuur en laboratoriumtechnieken die we toen in korte tijd ontwikkelden en die om investeringen vroegen, gebruiken we nog steeds in de patiëntenzorg. Dat is een grote winst. Maar als we écht voorbereid willen zijn, moeten we structureel investeren in testcapaciteit, voorraden en crisisplanning. De grootste les? De kracht van samenwerking. Binnen de muren van het MUMC+, maar ook daarbuiten. Onze bestaande samenwerking met de GGD gaf ons een voorsprong. We stonden onder immense druk, maar door de kennis in huis, technologie én open communicatie bleven we steeds een stap voor op het virus. Dat hebben we echt heel goed gedaan."