Vijf jaar na de uitbraak van COVID-19: van crisis naar kennis

Het was een periode van grote onzekerheid, menselijk leed en overbelaste zorg. Maar, te midden van die hectiek en machteloosheid ontstond ook iets anders: een stroom van vragen die om antwoorden vroegen. Voor veel artsen en onderzoekers werd COVID-19 daarmee een trigger om in actie te komen. Wat gebeurt er precies in het lichaam? Waarom herstelt de één wel en de ander niet? Die nieuwsgierigheid leidde tot een breed scala aan onderzoeken, waarvan een aantal nog altijd loopt. Vijf jaar later blikken vijf betrokken onderzoekers terug – en vooruit. Met trots, en hoop.

Internist-intensivist Bas van Bussel,

deed observationeel onderzoek naar het verloop van COVID-19 bij patiënten op de Intensive Care die beademend moesten worden:

“Toen COVID-19 uitbrak, stroomde onze Intensive Care vol met patiënten die aan de beademing moesten. Al snel viel op dat het ziekteverloop van patiënt tot patiënt erg kon verschillen. De ene knapte op, de ander verslechterde snel. Als arts wil je dan begrijpen wat er in het lichaam gebeurt. Vanuit mijn achtergrond in epidemiologie wist ik: dit is hét moment om grootschalig de juiste data te verzamelen. Samen met collega’s, studenten en verpleegkundigen zijn we gestart met een cohortstudie. Dit is een studie waarbij je alle patiënten die de ziekte hebben om toestemming vraagt om hen gedurende bepaalde periode te volgen, in dit geval dagelijks. Je gaat kijken hoe het beloop is, en dus ook dagelijks metingen verrichten om zo heel gestructureerd waardevolle data te verzamelen. We maten ontstekingswaarden, stollingsactiviteit, nierfunctie en nog veel meer. Zo brachten we voor het eerst heel gedetailleerd het verloop van deze nieuwe ziekte in kaart. Wat we leerden? Onder andere dat COVID-19 geen puur longprobleem is, maar het hele lichaam treft. Het afweersysteem kan compleet ontsporen. Stollingsprocessen werken anders dan bij andere ziektes, met een verhoogd risico op trombose. Allemaal waardevolle inzichten die eraan bijdragen dat we de zorg nu en in de toekomst kunnen verbeteren. Wat me misschien nog wel het meest bijblijft, is hoe we dit samen deden. In een tijd waarin alles stilviel, kwam er een unieke energie vrij. Onderzoekers uit allerlei hoeken, jonge studenten, zorgverleners – iedereen wilde bijdragen. Voor veel jonge mensen was dit hun eerste stap in de wetenschap. COVID-19 heeft ons geleerd dat grootschalige samenwerking mogelijk is, zelfs onder druk. En dat we als regio iets kunnen opbouwen dat verder reikt dan alleen data: we hebben iets waardevols gecreëerd dat kennis genereert, mensen verbindt en uiteindelijk bijdraagt aan betere zorg. Dat maakt me trots.”

Bas van Bussel
Bas van Bussel
Petra Wolfs
Petra Wolfs

Medisch moleculair microbioloog Petra Wolfs,

deed onderzoek naar sneller en betrouwbaarder testen:


“Tijdens de eerste COVID-19 golf werd ons laboratorium overspoeld met testverzoeken. Met een klein team verwerkten we in korte tijd ruim 600.000 testen, meestal met de hand. In die hectiek ontstonden steeds meer praktische vragen: wanneer mag een patiënt uit isolatie? Hoe bepalen we of iemand nog besmettelijk is? Kunnen we die persoon veilig van de afdeling halen? Die vragen vormden het startpunt van ons onderzoek. We wilden begrijpen of we op basis van de 'viral load'—de hoeveelheid virus in het lichaam—konden voorspellen hoe besmettelijk iemand was. Daarom onderzochten we of we de PCR-test konden verfijnen, zodat deze niet alleen aangeeft of iemand positief test, maar ook hoeveel virus er aanwezig is, en of dat nog actief en besmettelijk is. Wat we ontdekten, verraste ons. Sommige patiënten, vooral op de IC, bleken veel langer positief te blijven dan verwacht. Maar betekent dat ook dat ze besmettelijk zijn? Of meten we slechts restanten van het virus, zonder reëel risico? Die inzichten waren cruciaal, want isolatie vraagt veel van zowel ziekenhuizen als medewerkers. Het kost tijd, beschermingsmiddelen en schaarse ruimte. Onze aangepaste PCR-methode biedt een waardevol hulpmiddel om te bepalen of iemand echt besmettelijk is. Maar het onderzoek bracht ook nieuwe vragen: hoe lang blijft het virus aanwezig zonder dat het nog overdraagbaar is? Die kennis helpt niet alleen om het isolatiebeleid te verbeteren, maar is ook van belang bij toekomstige virusuitbraken, zoals mogelijk bij vogelgriep. Waar ik het meest trots op ben? Het wetenschappelijke resultaat natuurlijk, maar vooral ook de samenwerking. Binnen het MUMC+, maar ook met ziekenhuizen in de regio. We hebben onze verantwoordelijkheid genomen en snel gehandeld. Dit onderzoek wordt nu zelfs gebruikt als basis voor toekomstig beleid—niet alleen voor COVID, maar ook voor andere infectieziekten. Want wetenschap draait niet alleen om publiceren, maar ook om doen wat nú nodig is.”
 

Internist-vasculair geneeskundige Hugo ten Cate,

onderzoekt in hoeverre bij post-COVID-patiënten de doorstroming in de (kleine) bloedvaten vertraagd wordt door verhoogde bloedstolling en of dat bijdraagt aan een verminderde zuurstofvoorziening van spierweefsel:
 

 “Het werd hoe langer hoe duidelijker dat er een patroon was bij COVID-19 patiënten die binnenkwamen: ze kampten niet alleen met ademhalingsproblemen, maar kregen ook opvallend veel stolsels in hun bloedvaten. Soms leidde dat tot levensgevaarlijke complicaties zoals longembolieën. Het triggerde mijn nieuwsgierigheid als trombose-onderzoeker: waarom reageert het bloed zo heftig op dit virus? Midden in de chaos begonnen we met onderzoek. Wat normaal maanden aan voorbereiding kost, gebeurde nu in weken. Onderzoekers, verpleegkundigen, laboranten – iedereen werkte samen, met een gezamenlijk doel: grip krijgen op een onbekende ziekte. Het was intens, maar ook ongelooflijk inspirerend. Iedereen voelde: we moeten dit doen. En ondanks alle verdriet en onzekerheid gaf dat ook kracht. We hebben in korte tijd veel geleerd, al zijn we er nog lang niet. Als er één ding is waar ik trots op ben, is het dat we in Maastricht – en daarbuiten in de gezamenlijke Dutch Covid-19 and Thrombosis Coalition  – hebben laten zien wat er mogelijk is als je medische kennis bundelt, snel schakelt en echt luistert naar wat patiënten nodig hebben. Inmiddels richten we ons op de lange termijn klachten bij post-COVID-patiënten. Veel mensen blijven worstelen met vermoeidheid, spierpijn of concentratieproblemen. Eén van de mogelijke oorzaken? Verstoorde doorstroming in de allerkleinste bloedvaatjes. We vermoeden dat verhoogde bloedstolling – zelfs op microscopisch niveau – kan leiden tot zuurstoftekort in bijvoorbeeld spier- of hersenweefsel. We hebben aanwijzingen, maar het bewijs is nog niet sluitend. Sommige patiënten lijken baat te hebben bij lichte bloedverdunners, anderen niet. Dat maakt het ingewikkeld. We moeten voorzichtig zijn: hoop is goed, maar valse hoop wil je voorkomen. Zonder een betrouwbare test om deze microstolsels aan te tonen, blijven we zoeken naar harde aanknopingspunten. Ik ben ook nauw betrokken bij de opzet van de post-COVID expertisepoli binnen het MUMC+. Samen met collega’s hebben we die opgezet om patiënten met langdurige klachten beter te kunnen begeleiden en onderzoeken. Het is geen gemakkelijke poli, het vraagt veel van patiënten én van artsen en verpleegkundigen. Maar het is een belangrijke plek geworden, juist omdat we daar tijd en aandacht hebben voor mensen die zich vaak onbegrepen voelen.”

De tekst gaat verder na de afbeelding.
 

Hugo ten Cate
Hugo ten Cate
IC MUMC tijdens corona
De Intensive Care van het MUMC+ in coronatijd
Nicole Dukers
Nicole Dukers

Epidemioloog Nicole Dukers,

doet onderzoek naar de impact van post-COVID op sociale, mentale en fysieke gezondheid:


“Dit wordt een groot probleem voor de hele volksgezondheid; dat zagen we direct toen de eerste signalen kwamen dat mensen na een coronabesmetting langdurig klachten hielden. Mensen bleven ziek, ernstig ziek. Vermoeidheid, concentratieproblemen, fysieke beperkingen – en vaak zonder erkenning. Vanuit mijn werk als epidemioloog bij de GGD en de Academische Werkplaats Mosa en universiteit voelde ik de urgentie om dit te onderzoeken. Als zoveel mensen langdurig klachten houden na een infectie, dan is dat niet alleen een medisch probleem, maar ook maatschappelijk. We zijn gestart met de ‘Prime Study’, een grootschalig onderzoek waarin we duizenden mensen uit Zuid-Limburg – met én zonder corona – langdurig volgen. Ons doel: de impact van post-COVID in kaart brengen, risicofactoren herkennen en aanknopingspunten vinden voor herstel en preventie. We kijken niet alleen naar de medische kant, maar ook naar de mentale en sociale gevolgen en werkuitval. Wat we zagen, was schokkend maar ook belangrijk: één op de zes mensen ontwikkelde langdurige klachten. Veel patiënten raken sociaal geïsoleerd en hun klachten worden niet altijd serieus genomen. We horen nog te vaak: 'het zit tussen de oren'. Daarom werken we ook aan een duidelijke definitie van post-COVID, al is dat lastig, omdat het klachtenpatroon zo breed en complex is. Een belangrijk inzicht is het grote aantal patiënten bij wie inspanning averechts werkt. Lange tijd kregen patiënten het advies om vooral te blijven bewegen, maar een kleine inspanning kan een grote terugval geven. Dat heeft gezorgd voor meer bewustwording in de zorg. Wat mij drijft en ook trots maakt, is dat we als onderzoeksteam heel hecht samenwerken en met onze kennis écht verschil maken. Ons onderzoek wordt nationaal en internationaal erkend, en helpt artsen en beleidsmakers om geïnformeerde keuzes te maken. Ik hoop dat de wetenschap uiteindelijk therapeutische oplossingen vindt. Maar bovenal: infectiepreventie en perspectief op herstel voor mensen met long COVID. Daar doen we het voor.”

Klinisch epidemioloog Sander van Kuijk,

doet onderzoek om de oorzaken van post-COVID te achterhalen, te voorspellen wie aanhoudende klachten krijgen en richting te geven aan behandeling:


“Toen COVID-19 uitbrak, zaten we ineens midden in iets onbekends, iets groots. Vanuit mijn achtergrond als klinisch epidemioloog kon ik het niet loslaten. Ik begon modellen te bouwen, voorspellingen te doen – gewoon thuis, met een laptop op schoot. Die inzichten werden binnen no-time gedeeld met artsen, crisisteams en zelfs ziekenhuizen in België. Iedereen zocht houvast. En dat gaf een enorme motivatie: wat kunnen we doen om te helpen? Later, toen duidelijk werd dat veel mensen langdurig klachten hielden, ben ik samen met collega’s een grootschalig post-COVID-onderzoek gestart. We wilden weten: hoe vaak komt het voor, hoe ernstig zijn de klachten, en kunnen we voorspellen wie risico loopt? Wat blijkt: zelfs drie jaar na de infectie ervaren veel mensen nog dagelijks de gevolgen. Vermoeidheid, concentratieproblemen, kortademigheid – bij sommigen zo ernstig dat werken of sociale activiteiten nauwelijks meer lukken. We hoopten verschillende typen post-COVID te ontdekken, op basis van klachtclusters, maar dat vonden we niet. Wat wél opvalt, is dat de ernst van klachten sterk verschilt. De ene patiënt komt er redelijk goed vanaf, de ander houdt jarenlange beperkingen. Die diversiteit maakt behandeling lastig – er is niet één aanpak die voor iedereen werkt. Wat mij echt trots maakt, is de samenwerking. In korte tijd hebben we een groot landelijk onderzoek opgezet, en een netwerk van onderzoekers, artsen en patiënten. We delen kennis, koppelen data en zoeken samen naar oplossingen. Dat geeft hoop, ook al gaat het traag. Want wetenschappelijk onderzoek kost tijd, terwijl patiënten nu hulp nodig hebben. Uiteindelijk wil ik dat onze kennis leidt tot erkenning, betere zorg en herstelmogelijkheden. Post-COVID is een serieuze aandoening die het leven van duizenden mensen ontwricht. Daar moeten we iets mee.”

Sander van Kuijk
Sander van Kuijk
Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.