Publicatie | 8 augustus 2018

Prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen (medisch oncoloog)

Vivianne Tjan'U heeft borstkanker'. Het is als oncoloog natuurlijk één van de meest lastige boodschappen om te moeten brengen. Gelukkig leven we in een tijdperk waar op medisch vlak ontzettend veel mogelijk is. Zeker als we er in een vroeg stadium al bij zijn. Chemotherapie, bestraling, een chirurgische ingreep; het zijn behandelmogelijkheden waarmee de meeste mensen wel bekend zijn. Maar ook immuuntherapie en hormoontherapie zijn aan een stevige opmars bezig. Het brede scala aan behandelopties gaat wel gepaard met de vraag: 'wanneer pas ik welke therapie toe?' Iedere patiënt en iedere tumor is namelijk uniek. Niet iedereen is dan ook gebaat bij dezelfde behandeling.

Bij een tumor die niet gevoelig is voor hormonen heeft hormoontherapie uiteraard weinig effect. Met geavanceerde technieken proberen we de tumor steeds beter te karakteriseren, door een DNA-profiel op te stellen en steeds secuurdere beeldvorming te gebruiken. Met die kennis kunnen we vervolgens de meest effectieve behandelmethode toepassen. Daarbij is de keuze van de patiënt leidend, we noemen dat shared decision making. In het Borstkankercentrum kijken we dan ook naar de mens als geheel. De ene patiënt wil koste wat het kost iedere therapie krijgen die mogelijk is. De ander neemt een kortere levensverwachting voor lief en wil een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven. Is er nog een kinderwens? Dan houden we daar bij de chemotherapie ook rekening mee, door het invriezen van eicellen of embryo's bijvoorbeeld. Zo nodig passen we embryoselectie toe, om het risico op erfelijke borstkanker bij het nageslacht te voorkomen.

"Constant kijken we samen met de patiënt naar de optimaal te varen koers."


Om de patiënt te helpen in het ziekteproces werken we aan wetenschappelijk onderbouwde keuzehulpen. Zo kan men een goed geïnformeerde en weloverwogen keuze maken om wel of niet voor een bepaald traject te kiezen. Constant kijken we samen met de patiënt naar de
optimaal te varen koers. De afgelopen dertig jaar is de prognose voor borstkankerpatiënten sterk verbeterd. Zo is de overlevingskans met twintig procent toegenomen, dankzij de medische vooruitgang. We willen die stijgende lijn voortzetten en blijven innoveren. Zo kan protonentherapie uitkomst gaan bieden. We bieden patiënten die een amputatie ondergaan de mogelijkheid tot innovatieve borstreconstructies, waarbij bijvoorbeeld zenuwen gespaard kunnen worden. We zorgen ervoor dat de patiënt ten alle tijden kan profiteren van onze kennis vanaf de eerste diagnose.