Trombosedienst

Begeleiding en INR

Trombose heeft betrekking op de ‘dikte’ van het bloed dat vastgesteld wordt op basis van een INR-waarde. INR staat voor International Normalized Ratio: een standaard om de dikte van het bloed van een trombosepatient, die daar medicatie voor krijgt, mee te vergelijken. Daarvoor worden, afhankelijk van uw indicatie, gestreefd om binnen enkele grenzen te blijven. Dat zijn ‘streefwaarden’. Samen met u probeert de Trombosedienst ervoor te zorgen dat u constant binnen die streefwaarden blijft. Lees meer in de onderstaande brochure ‘Informatie voor mensen onder antistollingsbehandeling’.

Per 1 januari 2016 worden de streefwaarden aangepast.

Aanpassen hoogte gewenste INR. Aanpassing in 2016: Met ingang van 1 januari 2016 zal het gebied waarbinnen de INR zich moet bevinden iets naar beneden worden aangepast. De INR zal voor patienten die op dit moment zijn ingesteld tussen de 2.5 en 3.5 worden bijgesteld naar 2.0 tot 3.0. Voor patienten die nu behandeld worden in de range 3.0 tot 4.0 wordt er bijgesteld naar 2.5 tot 3.5.

Wat betekent het voor u?
In de praktijk zal dit voor u als patient niet veel uitmaken, mogelijk zal u iets minder pillen gaan slikken.

Waarom is de aanpassing?
De aanpassing gebeurt omdat in de nieuwe richtlijnen (2016) van de internisten en cardiologen de ranges zijn bijgesteld naar beneden. Dit gebeurt op basis van informatie die is verkregen uit internationaal onderzoek. De behandeling is ook met de nieuwe waarden veilig, de verwachting is dat de kans op doorschieten iets zal afnemen. Het voordeel van het gebruik van deze internationaal erkende grenzen is dat makkelijker vergelijkingen kunnen worden gemaakt met buitenlandse bevindingen.

Is de nieuwe instelling ook veilig?
Er is heel veel onderzoek gedaan naar de nieuwe range, deze blijkt veilig te zijn ten aanzien van het risico op trombose, de verwachting is dat dit ook een gunstige uitwerking zal hebben op het risico op bloedingen.

Achtergrond
Nederland was heel lang het enige land dat een iets hogere INR gebruikte voor de instelling van patienten op antistolling. In Nederland is vele jaren iets hoger gedoseerd met als voornaamste reden dat gedacht werd dat op die manier de kans om een INR lager dan 2.0 te bereiken kleiner zou zijn. Er is echter altijd een evenwicht tussen het risico op bloedingen en het risico op trombose. Daar waar het risico op trombose kleiner wordt, wordt het risico op bloedingen groter en omgekeerd. In Nederland is altijd heel zorgvuldig en veilig gedoseerd, daar zal geen verandering in komen.

Wanneer kom ik in aanmerking voor thuisprikken?

De huisarts of specialist is bevoegd voor het verwijzen. Deze kan een ‘thuisprikindicatie’ afgeven als u (tijdelijk) niet meer mobiel bent of andere ingrijpende gezondheidsklachten heeft. Of informeer naar de mogelijkheden voor het zelfmeten.

Waarvoor dient mijn doseerkalender

De doseerkalender bevat uw gegevens plus de doseeradviezen voor de komende periode, weergegeven in een soort kalender. Tevens is er de mogelijkheid om bijzonderheden door u of uw verzorging op te vermelden. De achterkant bevat behandelrichtlijnen waar we u met nadruk vragen om zich hieraan te conformeren om uw begeleiding zo soepel mogelijk te laten verlopen. Een voorbeeld van een doseerkaart staat beneden aan de pagina. Indien uw INR op zelfde dag bepaald is (dat afhankelijk kan zijn aanleveringstijden van buitendiensten) ontvangt u de dag erna uw nieuwe kalender. Deze kalender kan tot ongeveer 18.00 uur in uw brievenbus vallen.

Meer informatie leest u in de folder ‘Informatie voor mensen met antistollingsbehandeling’ die u onderaan deze pagina kunt downloaden. 

Wanneer uw huisarts en Trombosedienst waarschuwen? 

Mochten de onderstaande bijzonderheden zich bij u voordoen, dan moet u zo snel mogelijk uw huisarts waarschuwen, de Trombosedienst hiervan in kennis stellen en de dag erna op controle komen. Wij kunnen, eventueel in overleg met de arts of specialist, de antistolling adequaat aanpassen zodat complicaties voorkomen kunnen worden.

Bijzonderheden:

  • Neusbloedingen
  • Grote of veel kleinere blauwe plekken
  • Bloed ophoesten of bloed braken
  • Zwarte ontlasting of bloed bij de ontlasting
  • Rode of zeer donkere urine
  • Rooddoorlopen oog
  • Diarree
  • Zwangerschapswens
  • Stress
  • Opname in het buitenland (MRSA)

Bovenstaande bijzonderheden hebben invloed op uw INR-waarde (International Normalized Ratio). De waarde wordt bepaald in ons lab. Ook voeding waar Vitamine K in voorkomt (veelal groene groeten, zoals kool) kan invloed op uw INR hebben. Meer weten? Lees dan Het vitamine K kookboek. De combinatie van eventuele bijzonderheden met de INR-waarde leidt tot een doseeradvies die op uw kalender wordt gezet welke een dag later in uw brievenbus valt.

Tips en voorbereiding voor de afname: wat kunt ú doen?

  • Kleed u zodanig dat we in de prikkamer metéén bloed kunnen afnemen.
  • Noteer uw bijzonderheden ook op uw doseerkaart, dan kunt u dat nooit vergeten door te geven.
  • Onder de kalender kunnen mededelingen staan (bijvoorbeeld een actuele medicatielijst opvragen en meenemen, dat we gesloten zijn of een open dag hebben. Let daar op aub.
  • Bewaar uw doseerkaart thuis op een droge, schone en centrale plek, bijvoorbeeld bij de medicijnen.