Bep bruist weer van energie met hartklepprothese

Bep Ubachs
Bep Ubachs

Bep Ubachs (79) stond naar eigen zeggen ‘met één been in het graf’ toen ze begin dit jaar op de poli kwam bij cardioloog Bas Streukens in het Maastricht UMC+. Ze had zulk ernstig rechtszijdig hartfalen door een lekkende hartklep dat de bestaande behandelingen niet pasten. Zo werd ze de eerste Maastrichtse patiënt (en één van de eerste vijf in Nederland) die een nieuw soort hartklep kreeg geïmplanteerd. Met groot succes. “Ik voelde meteen na de operatie de energie mijn lijf in stromen; het is een wonder!”

Letterlijk haar halve leven, sinds haar veertigste, is Bep Ubachs uit Venlo hartpatiënt. Katheterisaties, dotteren, hartoperaties, vijf omleidingen; ze onderging het allemaal. “Desondanks ging het steeds slechter met mij. Toen ik bij dokter Streukens op de poli kwam in Maastricht kon ik niet goed lopen, ik was de hele dag benauwd, had het altijd heel erg koud, ik had veel vocht in mijn benen, geen eetlust meer, kon niet slapen. Het ging gewoon niet meer en in Venlo konden ze me niet helpen. De arts vertelde dat ze in Maastricht met iets nieuws bezig waren en dat ik daar misschien mee geholpen kon worden. En ik wil leven! Dus ik ben erin gesprongen.” 

‘Iets nieuws’ in Maastricht
Bas Streukens is de (interventioneel) beeldvormend cardioloog die haar op de poli ontving. “Vanwege haar leeftijd, voorgeschiedenis en de staat van haar hart, was het te risicovol om haar nog gewone, klassieke hartchirurgie aan te bieden. Uit het uitgebreide echocardiogram dat we bij haar maakten dat consult, bleek dat de hartklep tussen haar rechterboezem en rechterkamer, de tricuspidalisklep, helemaal niet meer sloot en dus ernstig lekte (een zogenaamde tricuspidalisklepinsufficiëntie). Hij bleef bij iedere hartslag ruim een centimeter open staan. Dat leidde tot al die symptomen die haar dagelijks zo in de weg zaten. Maar het betekende ook dat de gebruikelijke transkatheter behandeling voor hoog-risicopatiënten, de zogenaamde ‘triclip’ (T-TEER, tricuspidalis transkatheter edge-to-edge reparatie), voor haar geen optie was.”
Het team in Maastricht was inderdaad, zoals de collega’s in Venlo wisten, met ‘iets nieuws bezig’. Een nieuwe soort hartklep, de Evoque-prothese, die met een katheter via de liesader in het hart wordt geplaatst. Daar kan hij de complete tricuspidalisklep vervangen. Het maakt bij deze prothese niet uit hoeveel millimeter de eigen klep openblijft, zolang er een match is tussen de beschikbare maat prothese en de eigen hartklep. 

Kleine strohalm
Streukens: “Ik heb toen een indringend gesprek gehad met Bep en haar partner, over die eventuele kleine strohalm. We hebben toen besloten om haar op te nemen, zodat we met plasmedicatie via een infuus zoveel mogelijk vocht aan haar lichaam konden onttrekken. We weten namelijk dat bij heel sterk ontwateren de rechter harthelft echt kleiner kan worden en de klepbladen ook dichter bij elkaar komen.” Dat laatste lukte, maar nog steeds onvoldoende voor de gebruikelijke T-TEER ingreep. Bep bleek na uitgebreide onderzoeken wél in aanmerking te komen voor de Evoque-prothese en er werd een datum voor de operatie geprikt. In de tussentijd bleef ze in het ziekenhuis om te zorgen dat ze niet opnieuw vocht ging vasthouden en de artsen vertrokken twee dagen naar Zwitserland om te leren de prothese te implanteren. Bep: “Dat was heel zwaar, dat ontwateren, want je mocht nauwelijks iets drinken. Maar de mensen in het ziekenhuis waren allemaal even lief en betrokken en ook Bas, de cardioloog, kwam heel vaak langs om me moed in te spreken. Dat gaf me zóveel vertrouwen, dat ik helemaal niet bang was. Ik heb mijn hele leven in zijn handen gelegd. Ik was vooral blij dat er nog een laatste trein voor mij bleek te zijn. Die moet je pakken!”

Warmte en energie
De operatie, onder narcose, verliep heel succesvol. De klep zat goed waardoor er direct géén lekkage meer was. Voor de zekerheid ging Bep even naar de Intensive Care, maar de volgende ochtend was ze al op de gewone verpleegafdeling en liep ze weer rond. “Ik werd wakker na de operatie en mijn man en vier kinderen zaten aan mijn bed. Het eerste wat ik zei was: ‘Ik voel dat mijn vingers warm beginnen te worden!’ Voorheen zat ik twee keer per dag in een warm bad om op te warmen, zo koud had ik het altijd. Maar nu voelde ik de warmte letterlijk door mijn lichaam heen stromen. Geweldig!” Behalve warmte voelde ze ook direct weer energie om actief te worden. Haar lever- en nierfunctie verbeterden in korte tijd ook aanzienlijk. Na in totaal acht weken ziekenhuisopname kon ze thuis verder revalideren, wat als een speer ging, vertelt ze energiek. “Ik vond de oefeningen al snel te licht. Ik doe mijn huishouden weer, ik ga weer lekker naar een rommelmarkt; ik kan weer leuk meedoen. Gisteren was er een buurtfeest, daar was ik ook weer lekker bij met m’n snufferd. Ik ben lang genoeg ziek geweest en ga nu door tot het gaatje.”

Bep Ubachs

Voorheen zat ik twee keer per dag in een warm bad om op te warmen, zo koud had ik het altijd. Maar nu voelde ik de warmte letterlijk door mijn lichaam heen stromen. Geweldig!

Bep Ubachs en Bas Streukens
Bas Streukens en Bep Ubachs
Bas Streukens

Het is bij haar allemaal bijzonder goed verlopen. Het is een veilige ingreep, met relatief weinig kans op complicaties.

Hartklepprobleem? Maastricht heeft de oplossing

Het repareren of vervangen van een hartklep behoort tot de ‘zeer complexe zorg’. Het Maastricht UMC+ is al jaren koploper op dit gebied en spant zich in om deze ingrepen steeds verder te verbeteren. 

Lees het interview met Bas Streukens en cardiothoracaal chirurg Peyman Sardadi Nia

Vertrouwen in de arts
De band met dokter Streukens, die ze ‘Bas’ noemt, voelde bijna als familie. “Wat een geweldige man; ik kon dialect met hem praten en hij wist precies hoe ik me voelde. Ik vertrouwde hem volkomen. Na de operatie straalde hij van blijdschap om het mooie resultaat, dat maakte diepe indruk.” Streukens: “Het is bij haar allemaal bijzonder goed verlopen. Het is een veilige ingreep, met relatief weinig kans op complicaties. Het grootste probleem is de kans op een pacemaker nadien, dat treft ongeveer één op de vijf patiënten. Het geleidingssysteem van het hart ligt namelijk heel dicht naast de tricuspidalisklep. Als je een prothese plaatst, kan de druk van de prothese het geleidingssysteem in de knel brengen, waardoor een pacemaker nodig kan zijn. Overigens heeft het merendeel van de patiënten die deze ingreep ondergaat vooraf al een pacemaker. Maar Bep niet, en gelukkig trad bij haar geen complicatie van het geleidingssysteem op.”

De toekomst
Voor toekomstige patiënten is algehele narcose bij deze ingreep mogelijk niet meer nodig. Bij Bep werd de hartecho tijdens de operatie nog via de slokdarm gemaakt, wat narcose noodzakelijk maakte. Inmiddels is het Maastricht UMC+ als eerste ziekenhuis in de Benelux gestart met het gebruik van een driedimensionale echokatheter. Deze wordt via de liesvaten rechtstreeks in het hart ingebracht en maakt van daaruit een 3D-echo. Voor de patiënt is dit nauwelijks belastend, waardoor narcose in principe kan worden vermeden. Het betreft echter een nieuwe techniek die, net als de Evoque-implantatie zelf, eerst zorgvuldig onder de knie moet worden gekregen. Zodra dat het geval is, kan de ingreep in de toekomst mogelijk zonder narcose plaatsvinden – een belangrijke stap om de behandeling nog minder belastend te maken. Omdat de Evoque prothese nog zo nieuw is, is nog niet bekend hoe lang de klep goed blijft functioneren. Maar met dat soort vragen houdt Bep zich niet bezig. Ze geniet weer volop van haar leven, in dit moment, met haar vier kinderen en acht kleinkinderen. “Ik ga niet bij de pakken neerzitten. Je hebt maar één leven en ik zeg: doe er wat mee!”

Behandelopties bij lekkende tricuspidalisklep

De gebruikelijke behandeling van een niet goed sluitende tricuspidalisklep is T-TEER, ofwel de ‘triclip’. Via de liesader worden met een katheter echogeleid klemmetjes (clips) tussen 2 van de 3 klepbladen in het hart geplaatst, waardoor deze aan elkaar geniet worden en de lekkage sterk vermindert. Niet iedere tricuspidalisklep(insufficiëntie) is geschikt voor een succesvolle T-TEER behandeling. De Evoque-prothese is een nieuwe, biologische hartklep die via een katheter via de liesader in de tricuspidalisklep geïmplanteerd wordt. Deze vervangt dan de tricuspidalisklep. Hierbij is het vooral belangrijk dat de tricuspidalisklep niet te groot of te klein is voor de prothese, naast enkele andere anatomische details. Beide behandelingen worden in Nederland nog niet vergoed door de ziektekostenverzekering en worden dus door het Maastricht UMC+ zelf gefinancierd, in het kader van onderzoek en de verantwoordelijkheid om innovaties voor patiënten beschikbaar te maken.

Evoque prothese
De evoque-prothese
Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.