Nabestaandenzorg op de SEH
Als iemand op de Spoedeisende Hulp (SEH) komt te overlijden, is dat vaak acuut en onverwacht. Een grote schok voor naasten, die ineens met de dood van hun geliefde te maken krijgen in een steriele ziekenhuisomgeving. De impact van deze gebeurtenis op hun leven is groot. Niet alleen vlak na het overlijden, maar ook op langere termijn. SEH-arts Katrien Adriaenssens realiseerde zich dit en begon twee jaar geleden met het vormgeven van nabestaandenzorg op de Spoedeisende Hulp. Iets wat niet vanzelfsprekend is in de dagelijkse hectiek op een SEH. Sabine Schoenmaeckers ervoer dit in 2021 toen haar zoon Daan overleed. Een condoleancekaart namens de SEH en een uitnodiging voor een gesprek waren toen nog niet gebruikelijk. Ze schetst hoe belangrijk dat wél is.
SEH-arts Katrien Adriaenssens:
‘Goede zorg stopt niet bij het overlijden van een patiënt’
Sinds twee jaar coördineert SEH-arts Katrien Adriaenssens de nabestaandenzorg voor patiënten die overlijden op de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Maastricht UMC+. “Goede zorg verlenen stopt niet na het overlijden van een patiënt. Zeker op de Spoedeisende Hulp gaat het vaak om hele acute situaties. Als bij de ontvangst en begeleiding van de nabestaanden onverhoopt iets fout gaat, is dat onherstelbaar.”
Katrien vindt het belangrijk dat mensen die een dierbare verliezen op de Spoedeisende Hulp achteraf hun verhaal kunnen doen en antwoorden krijgen op hun vragen. “Met eerlijke antwoorden, hoe moeilijk die soms ook zijn, kunnen we hopelijk wat verlichting brengen in hun verdriet. Maar tegelijk kunnen wij er als SEH-medewerkers ook veel van leren. Daarom sturen we nu altijd een handgeschreven condoleancekaartje naar de familie. Na zes weken volgt dan een brief waarin de familie wordt uitgenodigd om een afspraak te maken voor een nabestaandengesprek met een SEH-arts en eventueel een geestelijk verzorger. Zo’n 15% van de nabestaanden maakt hier gebruik van. Sommige mensen willen graag afspreken op de Spoedeisende Hulp om nog eens rustig te kunnen rondkijken. Anderen komen hier liever niet terug. Dan spreken we ergens anders af. Desnoods via een beeldverbinding als mensen dat willen.
Advies voor nazorg
Vaak hebben mensen zelf al hulp of ondersteuning gevonden binnen hun eigen sociale netwerk. Als er nog behoefte aan is, kunnen wij ze aanvullende informatie of adviezen aanreiken. We kunnen bijvoorbeeld verwijzen naar praktische hulp en informatie geven over wijkgericht maatschappelijk werk zoals ‘Trajekt’ voor de regio Maastricht. Ook de praktijkondersteuners van huisartsen kunnen veel hulp bieden. Tijdens onze gesprekken met nabestaanden merk ik dat nabestaanden vaak op zoek zijn naar meer informatie over de laatste momenten en doodsoorzaak van hun dierbare. Vaak willen ze weten of die pijn heeft gehad of misschien nog iets gezegd heeft. In de acute situatie zijn mensen soms te verdoofd om alle informatie op te nemen of ze gaan zich pas achteraf dingen afvragen. Soms gaat het ook over praktische vragen zoals ziekenhuiskosten of eigendommen of een obductieverslag. Voor mij zijn deze gesprekken waardevol omdat ik op zoek ben naar meer dan een korte ontmoeting met mijn patiënten. Zeker na een overlijden is het voor mij en het team fijn om ook het verhaal achter de patiënt te horen. Als je daar verbeterpunten uit kunt halen of hoort dat mensen dankbaar zijn voor onze inspanningen, vind ik dat waardevol. Uit onderzoek blijkt dat zo’n 10% van de nabestaanden vastloopt in de rouw om een overledene. Vanwege het plotselinge en soms gewelddadige karakter van iemand die op de Spoedeisende Hulp overlijdt geldt dat voor wel 50% van de nabestaanden. Daaruit blijkt wel dat nazorg heel belangrijk is.”
Level 1-traumacentrum
Het Maastricht UMC+ is het level 1-traumacentrum van Limburg. Dat betekent dat de spoedeisende hulp (SEH) gespecialiseerd is in de opvang van ernstig gewonde patiënten. Een team van specialisten en verpleegkundigen staat 24 uur per dag klaar om patiënten met levensbedreigende verwondingen op te vangen.
Laatste levensvragen
Sinds januari betrekt Katrien ook geestelijk verzorger Bence Bánki bij de nabestaandengesprekken. Vooraf vraagt hij hiervoor altijd toestemming aan de nabestaanden. “Het hoeft niet om religie te gaan. Ik ben er om te ondersteunen vanuit een open houding. Vaak gaat het voor de nabestaanden dan over de laatste vragen van het leven. We hoeven rouw niet meteen te psychologiseren of als trauma te benoemen. Mensen mogen het verdriet altijd bij zich houden, maar kunnen tegelijk de moed hebben om hun verdere leven te leven. Ofwel een plekje te geven, zoals dat zo vaak geformuleerd wordt. Soms was ik of mijn collega al betrokken voor het overlijden. Dan kan ik van daaruit wellicht iets aanreiken waardoor bij mensen een stuk spanning of onzekerheid wegvalt. Zodat ze tot een normale rouw kunnen komen. Door de combinatie van Katrien en mij ontstaat soms een andere dynamiek in het nabestaandengesprek en komt er meer aan de orde dan alleen het medische. Doordat we ontbrekende informatie soms alsnog kunnen invullen, kunnen rouw en emoties misschien meer betekenis krijgen.”
End-of-life-team
Een wens van Katrien is om voor de toekomst een ‘end-of-life-team’ te formeren dat standaard zorgt voor contactinformatie voor de familie van een overleden patiënt. “Zoals dat in het MUMC+ al gebeurt voor overleden kinderen tot 18 jaar en soms ook vanuit bepaalde specialismen. Met zo’n end-of-life-team kun je belangrijke meerwaarde bieden voor nabestaanden. Niet alleen op de Spoedeisende Hulp, maar voor het hele ziekenhuis. Doorgaans zullen nabestaanden uit zichzelf niet snel een nagesprek aanvragen. Ik vind dat we dit vanuit het ziekenhuis dus echt zelf moeten aanbieden.”
Bevindingen onderzoek nabestaandenzorg
Katrien Adriaenssens heeft aan de nazorg op de Spoedeisende Hulp onderzoek gekoppeld. Daaruit blijkt dat in 2022 bij 23 procent van de 65 overlijdens op de SEH bij nabestaanden behoefte was aan een nazorggesprek. Vorig jaar was dit bij 18 procent van de 55 overlijdens het geval. Naasten koppelen terug dat zij deze actieve manier van nabestaandenzorg op de SEH als positief ervaren. Het proactief benaderen van vragen rond de medische zorg rond iemands overlijden op de SEH maakt gebeurtenissen inzichtelijker en vermindert gevoelens van twijfel en schuld bij betrokkenen. Ook artsen, verpleegkundigen en andere SEH-medewerkers helpt het om het overlijden van een patiënt een plaats te geven. Op basis van haar onderzoek wil Adriaenssens aanbevelingen formuleren die leiden tot nieuwe (inter)nationale richtlijnen op het gebied van nabestaandenzorg op de SEH. Op 31 mei presenteert Katrien Adriaenssens haar voorlopige bevindingen op het nationale congres van Belgische urgentieartsen.
Sabine Schoenmaeckers verloor haar zoon Daan:
‘Wat gebeurde er precies in zijn laatste momenten?’
Sabine Schoenmaeckers verloor in 2021 haar 16-jarige zoon Daan door een scooterongeluk. Twee agenten kwamen haar destijds het slechte nieuws op haar werk vertellen. Ze brachten Sabine naar de spoedeisende hulp van het MUMC+ waar nog alles geprobeerd was om Daan te redden, maar helaas tevergeefs. Sabines man Paul was ondertussen ook op de Spoedeisende Hulp gearriveerd.
Ze werden via de wachtkamer van de huisartsenpost en SEH naar binnen gebracht. “Paul en ik moesten daarvoor tussen al die wachtende patiënten door. Dat vond ik wel moeilijk. We kregen eerst een gesprek met de arts in de familiekamer, daarna ging de deur open en daar lag Daan. Zijn blonde haren waren rood uitgeslagen van het bloed. Dat was niet meer weg te poetsen. Hij had nog een intubatieslang in zijn mond. Een vreselijk beeld. Gelukkig waren daar een trauma-arts en een geestelijk verzorgster en twee verpleegkundigen die ons professioneel bijstonden. Terwijl ze zelf toch nog zo jong en duidelijk ook aangeslagen waren door de situatie. Pas later besefte ik dat we hun namen niet eens meer wisten. Voordat andere familieleden bij Daan mochten, moesten we lang in een kale, voormalige patiëntenkamer wachten tot de forensisch arts klaar was met zijn onderzoek.
Achtbaan van emoties
Vanaf het eerste moment kom je in een achtbaan van emoties terecht. Ik schoot gelijk in de regelstand toen we uiteindelijk met een zak met Daans bebloede kleren en zijn telefoon naar huis gingen. Eigenlijk ben je in zo’n situatie té ontdaan om alles zelf te gaan regelen. Als een moeder een baby verliest is er allerlei begeleiding geregeld, maar voor ons was er alleen de huisarts en een toegewezen familieagent. Via de website www.leefjeugdzorg.nl kon ik voor mijn twee meiden Fleur en Merel gelukkig zelf professionele hulp vinden. Want ook hun leven zal nooit meer hetzelfde worden. Voor onze familie en de vrienden van Daan was verder geen opvang. Verschillende vrienden zijn door Daans overlijden echt ontregeld of tijdelijk psychisch de weg kwijtgeraakt. Die hadden wel een vangnet via school of de gemeente kunnen gebruiken. Het is lastig om de juiste hulp te vinden zonder wachtlijsten.
Belangrijke antwoorden
Uiteindelijk kregen we negen weken na het overlijden van Daan door zelf via de eerste hulp te bellen alsnog een gesprek met de arts die destijds bij Daan betrokken was. Als ik destijds een kaartje met namen en telefoonnummers had meegekregen, had ik gelijk de juiste contactpersonen kunnen bereiken, want ik wist geen namen meer. Ik had nog wel belangrijke vragen. Zo hadden we bijvoorbeeld snel ‘ja’ gezegd op de vraag of Daan orgaandonor mocht zijn, maar toch was met die toestemming niets gebeurd. Tijdens dat nagesprek hoorde ik van de arts dat orgaandonatie niet mogelijk was geweest omdat Daan niet op COVID-19 getest kon worden. Dat was voor mij belangrijke informatie. Ook wilde ik graag weten waaraan hij precies was overleden. Na alles wat we over het ongeluk gehoord hadden, ga je immers allerlei dingen in je hoofd zelf verder invullen. De arts vroeg ons direct na het overlijden of hij een MRI-scan mocht maken. Zoals dit in België bij minderjarigen gebruikelijk was. Dit zou ons later inzicht geven in de oorzaak van het overlijden. Van de arts kregen we nu de antwoorden en hoorden we wat er wel en niet klopte van onze veronderstellingen. Zo was ons achteraf ook duidelijk dat Daan geen enkele overlevingskans had gehad. Vreemd genoeg gaf die wetenschap rust. Ik ben die arts heel dankbaar voor alle informatie en antwoorden. Op het moment zelf ben je te verdoofd door alle emoties en krijg je niets mee. Het helpt in de rouwverwerking als je achteraf antwoorden krijgt en liefst had ik ook de namen gehad van de artsen en verpleegkundigen die destijds bij Daan betrokken waren. Zodat ik ze nog had kunnen bedanken. Ons gezin functioneert tegenwoordig nog goed omdat we elkaar ruimte voor ieders eigen verdriet geven. We verdrinken nog regelmatig in ons verdriet, maar gelukkig merken we dat de tussenpozen steeds langer worden. Er zijn voor ons gelukkig ook weer dagen met luchtpuntjes. Hoe je door kunt gaan met je leven, hangt af van je veerkracht. Maar doorgaan is voor mij ook de enige keuze. Dat lukt de ene dag beter dan de andere. We zijn het leven wel echt op een andere manier gaan waarderen.”